Bijenhotels en andere nestgelegenheid voor wilde bijen

Biodiversiteitsjaar 2010 -- Internationaal jaar van de biodiversiteit 2010

De Bij ambassadeur voor biodiversiteit - biodiversiteitsjaar 2010

In dit biodiversiteits jaar zullen meer dan ooit bijenhotels worden gebouwd. Ter inspiratie geeft deze pagina voorbeelden van de mogelijkheden en gaat in op enkele aspecten waar men rekening mee moet houden bij het bouwen van bijenhotels. Om iets van bijenhotels te begrijpen moet men wel weten hoe wildebijen onder "natuurlijke omstandigheden" nestelen. Op deze website wordt een uitvoerig overzicht gegeven van de materialen die voor het bouwen van bijenhotels kunnen worden gebruikt.

Hoe nestelen wilde bijen --- Maak bijenhotels voor wilde bijen -- Planten voor bijenhotels --- Overzicht bijenhotels van A tot Z

Bijenhotel op dak station Leiden Bijenhotel onder grote belangstelling geopend
- Links en berichten --- Gerelateerde informatie: deze pagina wordt afgesloten bij klikken op links
www.drachtplanten.nl -+ Bijenkalender--- http://2010.biodiversiteit.nl--- www.bijenhelpdesk.nl -of- www.biodiversiteitsjaar.nl
http://www.bijenhelpdesk.nl/jaar-van-de-biodiversiteit.htm ---
 
 
 
 
-------------------------------------Internationaal jaar van de biodiversiteit Terug naar top pagina

Bijenhotels voor wilde bijen en insectenhotels
Zoek je bijenhotel in een plaats die begint met een van onderstaande letters

A B C D E G H-IJ K L M N O P R S T U V W Z
Jaar van de biodiversiteit onder meer ook biodiversiteits jaar genoemd,-heeft uitsluitend effect als concete objecten in tuin, park en landschap tot fascinatie leiden. Dat hoeven lang niet altijd spectaculaire, aaibare doelsoorten te zijn. Zeker niet bij kinderen die de toekomstige rentmeesters zijn van het tijdloze jaar van de biodiversiteit. Bijenhotels (voor wilde bijen)en insectenhotels zijn voor kinderen en voor vele volwassen een bron van fascinatie. Het laatste is noodzakelijk om de ecologische kwaliteit van landschap blijvend te verbeteren en te behouden. Bijenhotels kunnen onder meer worden geplaatst bij: kinderboerderijen, zorgboerderijen, in woonwijken (groen opbouwwerk). Wilde bijen steken gewoonlijk niet. Mail een foto + een tekst naar arie-itty@planet.nl
 
 

De Bij ambassadeur voor biodiversiteit - biodiversiteits jaar

De Coalitie Biodiversiteit 2010 is een breed verband van burgers, overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Vanuit de bijenhelpdesk is deze collitie mede ondertekend.  Een  lid van de Coalitie moet in 2010  een concrete bijdrage leveren aan bewustwording en het creëren van draagvlak en het bieden van handelingsperspectieven voor behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit. Dit kan worden gedaan  door dit jaar een of meerdere communicatie evenementen, activiteiten of projecten te organiseren. De Coalitie Biodiversiteit 2010 wordt  ondersteund door  www.bijenhelpdesk.nl  en www.biodiversiteitsjaar.nl  inclusief lezingen en workshops die daar uit voortvloeien.  Meer informatie over de De Coalitie Biodiversiteit 2010 is te vinden via

Als ambassadeur voor biodiversiteit is landelijk gekozen voor de bij. Doordat het slecht gaat met de bij, ondervinden ook veel andere soorten in de natuur schade. Een sprekend voorbeeld van de onderlinge verbondenheid van alles met alles in de natuur: de biodiversiteit. Vandaar dat NCB Naturalis de bij als beeld voor al haar activiteiten in het Biodiversiteits jaar gebruikt. http://2010.biodiversiteit.nl

Voor meer informatie over het biodiversiteitsjaar in het algemeen. zie op Google via de zoekwoorden:

internationaal jaar van de biodiversiteit 2010, biodiversiteitsjaar, biodiversiteits jaar, biodiversiteits jaar 2010

Terug naar top pagina

 

 

Hoe nestelen wilde bijen?

  Terug naar top pagina

In het jaar van de biodiversiteit worden er veel bijenhotels gebouwd, maar als we een bijenhotel willen maken moeten we eerst weten hoe wilde bijen nestelen!

Hoe kunnen we wilde bijen helpen met natuurlijke en kunstmatige nesten zoals nestkastjes en bijenhotels?

- Door de grond open te houden en/of te zorgen voor los plaveisel met brede voegen
- Door het laten staan van afgestorven holle plantenstengels en de aanwezigheid van dood hout en materialen met kleine holtes.
- Voor hommels, door het creëren van overhoekjes en kruidachtige vegetaties en beplantingen die extensief worden beheerd.
 
 
 
 
Nesten van wilde bijen in de “open” grond   Hoe nestelen wilde bijen?
Veel soorten bijen nestelen in open, onbegroeide zandige tot lemige, vlakke of iets hellende bodems, maar er zijn ook bijen die in steile kantjes nestelen. De nestholte graven ze dan zelf. Open grond is echter een betrekkelijk begrip. Wat van belang is, is de dat er minimaal open plekken in de vegetatie aanwezig zijn.
Open grond tussen de vegetatie -- De nesten van de bijen bevinden zich vaak onder of tussen de vegetatie. Op schrale grond kan dat tussen gras zijn, op rijke bodem ook tussen hondsdraf en voor sommige soorten in ruigten, bijvoorbeeld onder groot hoefblad en zelfs tussen de grote brandnetel. De bodem mag niet massief doorworteld zijn. Tussen oude brandnetelvegetaties die een harde en massieve wortellaag hebben, is de bodem voor bijen ondoordringbaar. 
Voegen tussen plaveisel -- De voegen tussen plaveisel zijn voor bijen eveneens aan te merken als open grond. Op plekken waar voldoende nectar- en stuifmeelproducerende planten in de buurt aanwezig zijn, is de kans groot dat ze er gaan nestelen.
Beplantingen (plantsoenen) -- In stedelijke beplantingen vliegen bijen, die zwaar met stuifmeel zijn beladen, frequent de beplantingen in. Vrijwel zeker hebben ze op deze (soms) zwaar beschaduwde plekken hun nesten.
Nestplaatsen creëren -- De grond mag niet worden omgewoeld, maar moet toch open blijven. Bij ecologisch beheer blijft de grond op beschaduwde plekken vaak geheel of gedeeltelijk open. Bij nieuwe aanleg van een tuin is het aan te raden plaatselijk humusarm zand gebruiken. Er kunnen open verhardingen aangelegd worden. Deze groeien op den duur dicht, daarom moet er geregeld worden geborsteld of op een handmatige manier dichte vegetaties verwijderd.
Foto's van nestplaatsen van wilde bijen in de grond
Nestplaats voor zandbijen: stijl-wandje in zandgrond Greppelkantje met open wegberm Pluimvoetbij met stuimeel bij nest Nest van zandbij in gazon
Nestplaats voor gravende bijen Nest van pluimvoetbij Kinderkopjes voor nestgelegenheid Wegvliegende wespbij parasiteerd bij zandbijen

Het grootste gedeelte van de bijensoorten nestelt in kale tot spaarzaam begroeide zandige tot lemige bodems. Vaak is de vegetatie tamelijk dicht, maar ieder open plekje kan worden benut. Naden tussen het plaveisel zijn zeer geschikte plekken voor gravende bijen. Een berg zand of zanddepot dat een aantal jaren met rust is gelaten, wordt ook door bijen als nestgelegenheid gebruikt. Aan de randen van zandbakken nestelen ook vaak wilde bijen. De nestplaats voor gravende bijen in Stadsboerderij Presikhaaf is dus een kunstmatige nestplaats.

Hoe nestelen wilde bijen?

 

 

Afgestorven stengels en takken en gaten en holtes in allerlei materialen Hoe nestelen wilde bijen?
Veel kleine bijen leven in holle, afgestorven stengels van kruidachtige planten( bijv. riet), in afgestorven holle ranken van braam en ook in holle takken van andere struiken.
Gaten en holtes in allerlei materialen
Er zijn bijen die in plantengallen en slakkenhuizen hun nest maken. Verder komen ook allerlei gaatjes in muren en verlaten kevergangen in afgestorven hout in aanmerking. Ook niet geïmpregneerde afrasteringpalen kunnen na verloop van een aantal jaren nestgelegenheid bieden aan deze angeldragende insecten. Zelfs houten tuinmeubels met schroefgaten worden als nestgelegenheid benut.
Zonnige en bloemrijke parkachtige plekken, waarin veel puinbrokken en dood hout zijn verwerkt of waarin oude en vervallen stenen muren aanwezig zijn, bevatten doorgaans veel nestgelegenheid voor wilde bijen.
 
Nest mestelbij in muur NS-station Tuintafel met nesten van mestelbijen Nest van mestelbij in tuintafel Oude stapelmuurtjes:voor bijen
Bijennesten in stengels en dood hout
Stengel gewone berenklauw Rietsigaar voor rietsigaar maskerbij Gaatjes in vlierstobben voor bijen Afrasteringspaaltejs goed voor nestgelegenheid
Afrasteringspaaltje met kevergaten Houtblok met geboorden gaten

Een hoekpaal van een schuur

Hoekpaal in detail
Veel wilde bijen nestelen in allerlei natuurlijk materiaal: in afgestorven plantenstengels, plantengallen, kevergaten in hout en gaten in stenig materiaal. Deze simpele structuren zijn gemakkelijk te maken en uit te bouwen tot bijenhotels.
Hoe nestelen wilde bijen?

 

 

--       Terug naar top pagina

Jaar van de biodiversiteit of biodiversiteitsjaar 2010: bouwjaar voor bijenhotels

Bouw je eigen bijenhotel, insectenhotel of nestkastje voor bijen

Wilde bijen nestelen niet alleen in de openbare ruimte. Ze kunnen ook nestelen in particuliere tuinen  in de bodem, in gaatjes en spleten van muren, in gaten van hout (bijv. schuren), rietmatten en schroefgaten van tuinmeubelen.
Andersom kan het ook voorkomen, dat bijen in de openbare ruimte nestelen, maar in tuinen foerageren. In die gevallen vullen particuliere tuinen en de openbare ruimte elkaar aan. Dat zien we trouwens ook bij de andere diergroepen. Die trekken zich van het onderscheid tussen privéterrein en publieke ruimte  niets aan. Bij de meeste wilde bijen is het alleen van belang dat nestgelegenheid en voedingsbron niet te ver van elkaar liggen.
De laatste jaren wordt er steeds meer kunstmatige nestgelegenheid aangebracht: nestkastjes met rietstengels, bosjes bamboestokjes en houtblokken met geboorde gaten van verschillende doorsnede. Deze kunnen worden verenigd tot complete bijenhotels. Op plekken waar andere nestgelegenheid ontbreekt, is dat een goed alternatief.
Bijenhotels kunnen in vrijwel alle situaties worden geplaatst, maar wel onder de strikte voorwaarde dat er stuifmeel en nectarplanten in de naaste omgeving aanwezig zijn zeker binnen een straal van 50 m. en liefst van eind maart tot half september. In tuinen kan of moet men plantensoorten aanplanten of uitzaaien. In grote tuinen, andere grote terreinen, de openbare groene ruimte en in het buitengebied (hier in de eerste plaats) moet de vegetatie ecologisch worden beheerd. Voor het overzicht waar bijenhotels kunnen staan (bijna overal), planten die kunnen worden toegepast en alle beheeraspecten wordt verwezen naar www.bijenhelpdesk.nl/jaar-van-de-biodiversiteit.htm.
Door klikken op deze link wordt de pagina afgesloten, maar vanuit de nieuwe pagina komt men via de link Maak een bijenhotel weer terug op deze plek.
 
Elementen van bijenhotels en insectenhotels
Voor het maken van nestgelegenheid is een bouwtekening niet noodzakelijk, maar soms wel handig (zie onder aan pag.). In de praktijk worden verschillende elementen op elkaar gestapeld; vaak binnen een raamwerk van planken, balken en andere ondersteunende elementen. De basiselementen van een bijen-insectenhotel bestaan uit: afgestorven holle stengels, dood hout met oude kevergangen of met geboorde gangen (gaten) en elementen die met leem of niet te zware klei worden opgevuld.
Onderstaande foto's van bijenhotels worden vergroot door er op te klikken
Afgestorven holle stengels
Verzamel holle, afgestorven stengels van onder meer riet, braam, vlier of bamboe. lengte 15 tot 30 cm; doorsnee openingen 3-10 (12) mm; horizontaal plaatsen. De stengels moeten achterin een knoop bevatten! Bundel deze in bosje of stop ze in een cylinder van steen, kunststof of een conserveblikje, een houten kistje of een houten frame/omlijsting. Bamboestengens kunnen bijvoorbeeld ook in voorgeboorde gaten van een kistje of een houtblok worden gestoken. Zoals op de foto rechts.
 
Dood hout met oude kevergangen of met geboorde gangen (gaten)
 
Veel insecten waaronder wilde bijen leven in oude kevergaten van doodhout onder meer in afrasteringspaaltjes. In tuinen en op ander plekken ontbreekt dat heel vaak. Deze nestgelegenheid kan kunstmatig worden aangebracht door gaten in houtblokken of dood hout te boren; vorm en grootte zijn niet van belang. Er kan ook gewoon een paal in de grond worden geslagen. De nestgangen zijn 3-10 (12) mm in doorsnee en 5 tot 15 (20) cm diep. Bij het boren zo min mogelijk rafels langs de randen van de boorgaten maken. Deze eventueel met een opgerold schuurpapiertje wegschuren. Op de zelfde wijze kunnen er ook gaten in stenen een steenachtig materiaal worden geboord, maar geen gasbetonblokken. Zowel in hout als in steen moeten de nestgangen aan de achterkant gesloten zijn, dus niet te diep boren!
 
Elementen die met leem of niet te zware klei worden opgevuld
Deze elementen bakjes, oude groentenkisten, plantenbakken of andere elementen met niet te zware klei of leem. Op bouwmarkten zijn verschillende betonelementen te koop die gemakkelijk kunnen worden gestapeld.
 
De elementen samenvoegen tot bijenhotels
Bovenstaande losse elementen kunnen worden samengevoegd tot bijenhotels of bijenmuren. De hoogte van de bijenhotels is afhankelijk van de dikte en breedte van de afzonderlijke elementen, de wijze van stapelen en de ondersteunende structuur.
De bijenhotels zijn het meest effectief als ze met de openingen in zuidelijke richting zijn geplaatst.
Voor de stabiliteit van grote, maar vooral hoge bijen/insectenhotels moeten de zijkanten uit stevig materiaal bestaan. Planken, Balken, boomstammen. Deze moeten in de grond worden gegraven of op een andere wijze worden gestut. In principe komt het het meeste duurzame materiaal onder en snel vergaanbaar materiaal (riet) boven. Als het riet, bamboestokjes of andere plantenstengen zijn ingeklemd tussen stenen, houtschijven of buizen maakt het niet uit op welke plek het wordt aangebracht.
Terug naar top pagina
Constructie van nestkastjes ------------- klik hier op de links voor vergroting
Nestkastjes voor wilde bijen Binnenkant nestkast.l. van pijp Opengeklapt Vooraanzicht binnenkant Constructie
 
Materiaal Bevestiging bij pluggen Bevestiging bij gaten    
Nestkastje (vanaf de link Opengeklapt) is gemaakt door Henk Poelmans. Appelhof 2 6681 NL Bemmel (0481 422488)
Bouwprincipe: maak een nestkastje dat de vorm heeft van een nestkastje van vogels. (6 plankjes: binnenkant ca. 30-40 x 12 x 12 cm).
De voorkant wordt doorboord; de achterkant wordt zo diep uitgeboord dat houten pluggen daarin stevig kunnen worden bevestigd (in geslagen). Breng kunststof buisjes aan. Aan de achterkant om de pluggen aan de voorkant door de gaten.
Bij dit nestkastje worden de zijwand naar beneden geklapt. Het nestkastje moet niet te breed zijn anders zijn de achterste buisjes niet meer te zien. Op basis van dit principe kunnen er ook nestkastjes worden gemaakt die aan twee kanten te open zijn in dat geval kan het breder zijn. De regel is dat alles goed zichtbaar moet zijn. Dus buisje op ongelijke hoogte plaatsen.
Terug naar top pagina
Bouwtekeningen van bijenhotels / insectenhotels ---
Een bouwtekening is in principe niet noodzakelijk, maar kunnen wel nuttig zijn.
Naar .H. Calier: http://www.natuurpunt.be/uploads/natuurbehoud/Educatie/documenten/pag_672_beestentoren.pdf
Wim lange: Bijenhotel
Kinderen maken bijenhotels: Foto album.
Bouw bijen- en insectenhotels niet al te lux of vandalismebestendig (kan dat wel?):
http://home.planet.nl/~nmece000/insectrotary.html
 
Hoeveel bijen in de Tuin?
In een tuin van ca 200 m2 in Veenendaal werden tussen 1972 en 1992 32 soorten bijen waargenomen. Mede door het plaatsen van kunstmatige nestgelegenheid (rietmatten) kwamen de bijen ieder jaar talrijk in deze tuin voor. Het talrijk voorkomen van bijen in de eigen tuin is, naast de aanwezigheid van plekken met open grond, te bevorderen door het plaatsen van rietmatten  (niet in platen, maar gekocht in rollen) en door bijenhotels.
Terug naar top pagina
 

Nestplaatsen van wilde bijen: sociale bijen

 

De meeste wilde bijen nestelen en leven solitair, maar enkele tientallen soorten leiden in meer of mindere mate een sociale levenswijze. Bij de niet parasitaire hommels (ruim 20 soorten) en de honingbij is dat het sterkst ontwikkeld. Er een taakverdeling binnen het volk. In ieder geval is er steeds een vrouwtje (de koningin) aanwezig dat de eitjes legt en er zijn werksters die voor het broed zorgen en voedsel halen. Bij solitaire bijen doet het vrouwtje alles alleen.

Omdat hommels en honingbijen als volken samen leven, hebben ze een veel grotere ruimte als nestgelegenheid nodig. Hommels leven gewoonlijk in allerlei natuurlijke holten; bijvoorbeeld in oude muizennesten in de grond of andere holle plaatsen in de bodem, in holle bomen, maar ook in nestkastjes of speciale hommelkastjes. Afhankelijk van de soort kan een volk uit enkele tientallen tot enige honderden dieren bestaan. In de loop van het vliegseizoen gaan, op de koningin na, alle hommels dood. De koningin overwintert, zoekt in het voorjaar een nieuw nest en sticht een nieuw volk. De eerste hommels die uitkomen, zijn meestal zeer klein; die later uitkomen zijn aanzienlijk groter. De eerste en laatste hommels die we in het vroege voorjaar en in de nazomer en vroege herfst kunnen zien vliegen, zijn altijd koninginnen. Het zijn grote harige en vaak fel gekleurde spectaculaire insecten. In tuinen kunnen verschillende soorten voorkomen. Vooral in tuinen waar hoekjes zijn, die met rust worden gelaten. De nesten van honingbijen zijn aanzienlijk groter en kunnen in de zomer wel 50.000 tot 60.000 bijen bevatten. Honingbijen overwinteren als volk. Omdat de honingbij een bijzondere plaats inneemt en de enige bijensoort is die onder normale omstandigheden niet in het wild voorkomt, zal de levenswijze apart worden beschreven.

Nesten voor hommels zijn te bevorderen door extensief beheer of onderhoud. Overhoeken en rommelhoeken in een tuin zijn vaak goed voor hommels. Onder houtige beplantingen die zoveel mogelijk met rust worden gelaten nestelen vaak hommels.
Hoe nestelen wilde bijen?
 

 

 

Plantensoorten voor bijenhotels-- Inheemse soorten - ---Op milieu ingedeeld --- Tuinplanten --- Legenda --- Terug naar top pag.
Inheemse soorten -- Op deze pagina worden planten soorten genoemd die bij bijenhotels en andere kunstmatige nestgelegenheid voor bijen kunnen worden aangeplant of uitgezaaid. De bijen die in een bijenhotel hunnen nestelen worden daarbij genoemd. Dit zijn de volgende bijengeslachten: behangersbijen (Megachile), klokjesbijen (Chelostoma), maskerbijen (Hylaeus), metselbijen (Osmia), sachembijen (Anthophora), tronkenbijen (Heriades truncorum), wolbijen (Anthidium), wormkruidbij (Colletes daviesanus), Sachembijen (Anthophora). In de loop van 2010 zullen er meer bijensoorten worden toegevoegd. deze lijst verder worden bewerktZie verder: www.wildebijen.nl
 
Achillea millefolium - Gewoon duizendblad: VAST, jul-okt, wit tot roze, blw. tuil. Hemi, ondergrondse uitlopers, 0,15-0,7. Vochtige tot droge, vrij schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in allerlei grazige vegetaties; in graslanden, bermen, gazons, op dijken, langs sloot- en vijverkanten, tussen het plaveisel en voegen van stenen taluds van viaducten en stedenglooiingen van kanalen. Zon. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: G.blad; Fauna: Hb1, W.bij: tronkenbij, wormkruidbij, Vlin; BEHEERTYP: G6, G7.

Aegopodium podagraria - Zevenblad: VAST, jun-jul, wit tot roze. Geof, vrij lange ondergrondse uitlopers, 0,6-1,0. Vochtige, (zeer) voedselrijke, humushoudende bodems; langs bosranden, onder heggen, stadsplantsoenen, tuinen, buitenplaatsen en op braakliggende terreinen; kan ook massaal in bermen en op dijken in grazige, maar ruige vegetaties voorkomen. Zon-licht beschaduwd; bij te veel schaduw, dus bij gesloten beplantingen bloeit de plant niet of zeer spaarzaam en verliest daardoor zijn betekenis voor de bloembezoekende insecten. Zon-licht beschaduwd. (inh); E&P: blad; Fauna: Hb3, W.bij: maskerbijen; Vlin; BEHEERTYP: R9, B&S 5. (niet introduceren!)

Ajuga reptans - Kruipend zenegroen*: VAST, apr-jun, blauwpaars, blw. aar; plant bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,1-0,3. Vochtige, veelal matig voedselrijke of iets schrale kalkhoudende bodems; leemhoudend zand, leem en loss; in graslanden, grazige bermen, langs bosranden, in struwelen, zandafgravingen en langs kanten van sloten en greppels; licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: gewone sachembij (Anthophora plumipes), Vlin; BEHEERTYP: G4, G7, B&S4, B&5.

Anchusa officinalis - Gewone ossentong: TWEEJARIG, mei-sep, blauwpaars. Hemi, 0,3-1,0. Droge, schrale, zandige en kalkhoudende, min of meer open bodems; in de duinen, wegbermen en op spoorweg-, industrie- en parkeerterreinen in de duinstreek. Zon. TUIN (inh), Rots; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: sachembijen; Vlin. BEHEERTYP: P4.

Anethum graveolens - Dille*: EENJARIG, jul-sep, geel. Ther, 0,8-1,4. Vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke neutrale bodems. Zon. TUIN (uit); E&P: zaad; ZINTUIGPL: G.blad, S.zaad; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: maskerbijen;, Vlin; . BEHEERTYP: P7.

Angelica sylvestris - Gewone engelwortel: TWEEJARIG, jul-sep, wit tot iets roze. Hemi, twee- tot driejarig; 1,0-1,8. Natte tot vochtige, voedselrijke, zandige tot kleiige, humusrijke bodems, maar niet op zeeklei; in ruigten, langs sloten, vaarten, kanalen en allerlei andere watergangen, vijverkanten en in natte grasvelden, weg- en spoorbermen; verder langs en in lichte loofbossen. Zon- licht beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: maskerbijen; Vlin; BEHEERTYP: R8, R7, B&S 6.

Anthemis tinctoria - Gele kamille*: VAST, jun-sep, geel, blw. alleenstaand, Hemi: kortlevende vaste plant; 0,4-0,7. Droge, open, schrale tot matig voedselrijke bodems en op stenig substraat; voornamelijk op gruizige bodems van spoorwegen en op verweerde muren. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb1, W.bij: tronkenbij, maskerbijen, wormkruidbij; Vlin; BEHEERTYP: P6, Pmu.

Kop planten voor bijenhotels
 

Ballota nigra ssp. foetida - Stinkende ballote: VAST, jun-sep, lichtpaars, blw. okselstandig. Hemi, 0,6-0,9.Iets vochtige tot zomer droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiachtige en veelal stoffige bodems; langs heggen, in bermen op dijken op spoorwegterreinen, op braakliggende terreinen en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb3, W.bij: grote wolbij (Anthidium manicatum), andoornbij (Anthophora furcata); BEHEERTYP: R6, B&S 7.

Brassica napus - Koolzaad: TWEEJARIG, apr-aug, geel. Hemi, 0,5-1,4. Vochtige voedselrijke zandige tot kleiige bodems; op allerlei open plaatsen; in pas aangelegde bermen, dijken en spoorwegtaluds, op braakliggende en ruderale terreinen. Zon. (inh); Fauna: Hb5, Hom, W.bij: metselbijen: , Vlin; BEHEERTYP: P9.

Bryonia dioica - Heggenrank: KLIMPLANT/VAST, jun-sep, groenachtig wit, blw. okselstandig en trosvormig; bes rood; blad grijsgroen; vormt dikke ondergrondse knollen. Geof, 2,0-4,0. Droge, voedselarme tot voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelachtige bodems; voornamelijk in doornstruwelen en heggen; in duinen, op dijken en langs spoorwegen; sinds 1990 ook vaak in stadsbeplanting. Zon. TUIN (inh), Tegel; Giftig (mens)); Fauna: Hb3, Hom, W.bij:maskerbijen (Hylaeus communis, H. hyalinatus), behangersbijen (Megachile centuncularis, M.versicolor); Vlin; BEHEERTYP: B&S 4, 7.

Kop planten voor bijenhotels
 
Campanula - Klokjes: Vooral van de inheemse soorten Campanula zijn een aantal soten bijen afhankelijk. O.m. kleine klokjesbij (Chelostoma campanularum), grote klokjesbij (C. rupunculi).

Campanula persicifolia - Prachtklokje*: VAST, mei-aug, blauw soms wit, blw. armbloemige tros; bladen langwerpig tot lancetvormig, veelal glanzend, kaal en iets leerachtig. Hemi, rozet, 0,5-1,0. Min of meer vochtige, schrale tot matig voedselrijke, leem- en kalkhoudende bodems en steenachtige sustraten; van nature een zoomplant; veel als tuinplant gebruikt en thans veel op open plaatsen en in half gesloten vegetaties verwilderd; in stadsplantsoenen, tussen het plaveisel van trottoirs, spoorwegemplacementen op halfverhardingen. Zon-beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb3, W.bij: klokjesbijen (Chelostoma rapunculi, C. campanularium), behangersbijen (Megachile versicolor, M. willughbiella); BEHEERTYP: (WB) B&S 4.

Campanula rapunculoides - Akkerklokje*: VAST, jun-aug, blauw, blw. lange onvertakte tros, bloemen meestal naar een kant gekeerd. Hemi, penwortel, 0,5-1,0. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in bermen, langs spoorwegen, op spoorwegemplacementen, onder heggen, in stadsplantsoenen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel, en tegen muren en straatmeubilair. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb3, W.bij: klokjesbijen (Chelostoma rapunculi, C. campanularium). BEHEERTYP: (WB) G7. (plant kan sterk woekeren)

Campanula rapunculus - Rapunzelklokje: TWEEJARIG, mei-sep, blauw, blw. vertakte tros en bloemen naar alle kanten gekeerd; stengelbladen lancetvormig. Hemi, penwortel, 0,5-0,8. Vochtige tot zomerdroge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige, lemige licht humushoudende bodems; in grazige tot enigszins ruige vegetaties; in graslanden, op rivier- en spoordijken, in weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb3, klokjesbijen (Chelostoma rapunculi, C. campanularium); BEHEERTYP: (WB) G4, G5, R5.

Campanula rotundifolia - Grasklokje*: VAST, jun-sep, blauw, blw. armbloemige pluim; plant kaal, stengelbladen lijnvormig. Hemi: 0,15-0,4. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige bodems of stenig substraat; in grazige vegetaties; in graslanden, weg-, kanaal- en spoorbermen, op spoor- en rivierdijken, Droge greppelkantjes, spoorwegemplacementen, tuinwallen en oude, verweerde muren. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Rots; Fauna: Hb3, W.bij: klokjesbijen (Chelostoma rapunculi, C. campanularium), behangersbijen (Megachile centuncularis) BEHEERTYP: (WB) G3, G6.

Campanula trachelium - Ruig klokje*: VAST, jul-aug, blauw, blw. tros of pluim; plant iets ruw behaard, stengelbladen vrij breed, stengel met scherpe lengte richels. Hemi, penwortel, 0,5-0,8. Vochtige, schrale tot matig voedselrijke en krijt- en vaak kalkhoudende, lemige, humushoudende bodems; langs bosranden en in lichte bossen, verwilderd onder heggen en langs spoorwegen; halfschaduw. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb4, Hom, W.bij: klokjesbijen (Chelostoma rapunculi), behangersbijen (Megachilewillughbiella); BEHEERTYP: (WB) B&S 4.

Carduus crispus - Kruldistel: TWEEJARIG, jul-sep, paars, blw. eindelingse armbloemige kluwens. Hemi, 0,5-1,8. Vochtige tot droge, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in ruigten, ruige grazige vegetaties, humushoudende, bosranden en tussen struwelen; op spoor-, rivier- en kanaaldijken; in ruige wegbermen, op spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in zand- en kleiafgravingen, op geluidswallen en stadsplantsoenen. Zon.  (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: metselbijen, tronkenbij, , Vlin, Vogels (zaad); BEHEERTYP: R9, B&S6.

Centaurea jacea - Knoopkruid*: VAST, jun-sep, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,3-1,2. Vochtige tot iets droge, schrale tot matig voedselrijke, zandige (humushoudend) tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen, op dijken en veel langs spoorwegen. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: behangerbijen; Vlin; BEHEERTYP: G2, G4, G7.

Centaurea scabiosa - Grote centaurie*: VAST, jun-aug, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,5-1,2. Droge tot vochthoudende, vrij schrale tot enigszins voedselrijke, kalkhoudende, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties en soms in zoomvegetaties; in graslanden, langs holle wegen, op spoordijken en in spoorweginsnijdingen. Zon. TUIN (inh), Rots; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: behangersbijen, Metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: G4.

Chaerophyllum temulum - Dolle kervel: TWEEJARIG, mei-jul/aug, wit. Hemi, 0,3-1,3. Vochtige tot vrij droge, voedselrijke, zandige tot zavelachtige humeuze bodems; aan randen van bossen en struwelen, houtwallen, onder heggen, op braakliggende terreinen, haven-, spoorweg- en industrieterreinen, in beschaduwde wegbermen, stadsplantsoenen en vaak op stoffige hoekjes; halfschaduw-licht beschaduwed (inh); Giftig; Fauna: Hb1, Hom, W.bij: zijdebijen (Colletes daviesanus, C. fodiens), maskerbijen (Hylaeus cornutus, H. communis,H. hyalinatus, H. pictipes); Vlin; BEHEERTYP: B&S 5, 7.

Chamerion angustifolium - Wilgenroosje: VAST, jul-sep, lichtpurper. Geof, wortelstok, 0,5-1,7. Vochtige tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke in hoofdzaak zandige en lemige bodems; in duinen, op kap- en brandvlakten, in zandgroeven, hakhoutbosjes, houtwallen, spoor- en kanaalbermen, op braakliggende terreinen, in stadsplantsoenen, op steenglooiingen, tussen het plaveisel, en tegen straatmeubilair. Zon-licht beschaduwd.  (inh); Fauna: Hb5, Hom, W.bij: Lapse behangersbij, Vlin; BEHEERTYP: R6, R7, B&S2, B&S5.
Chrysanthemum segetum - Gele ganzebloem*: EENJARIG, jun-sep, geel. Ther, 0,3-0,6. Vochthoudende, voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; op open gronden; in akkers, nieuwe wegbermen, op spoorwegtaluds, braakliggende terreinen; in pas aangelegde stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, W.bij: tronkenbi , wormkruidbij ; Vlin; BEHEERTYP: P7.

Cichorium intybus - Wilde cichorei*: VAST, jul-aug, blauw, blw. vertakt en hoofdjes eindelings en okselstandig. Hemi, 0,5-1,5. Op vochtige en vochthoudende, veelal kalkhoudende, voedselrijke zavel- en lichte kleibodems; in grazige vegetaties en vaak op verdichte bodems; op rivier- en spoordijken, weilanden in de uiterwaarden, in bermen vaak op de overgang van wegdek/wegberm). Zon. TUIN (inh); E&P: blad; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: behangersbijen, mestelsbijen; Vlin; BEHEERTYP: G5, G9.

Cirsium arvense - Akkerdistel: VAST, jun-sep, paars, blw. losse tuil. Geof, wortelstok, 0,6-1,5. Op allerlei min of meer open, gestoorde, vochtige tot droge, voedselrijke bodems. Zon. (inh); Fauna: Hb5, W.bij: maskerbijen (Hylaeus confusus,H. pectoralis), metselbijen; Vlin, Vogels (zaad); BEHEERTYP: P9, R9.

Cirsium vulgare - Speerdistel: TWEEJARIG, jul-aug, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,6-1,5. Vochtige en vochthoudende, voedselrijke bodems;, maar het minst op veen; op min of meer open plaatsen en in stukgetrapte of -gereden vegetaties; op vrijwel alle in dit boek genoemde standplaatsen. Zon.  (inh); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: tronkenbij, metselbijen; Vlin, Vogels (zaad); BEHEERTYP: R9, G9

Cirsium palustre - Kale jonker: TWEEJARIG, jun-sep, paars, blw. eindelingse kluwens. Hemi, 0,8-1,5. Natte, matig voedselrijke, zandige, lemige, lichte kleiige, venige of humushoudende bodems; steeds onder invloed van het grondwater; in grazige tot enigszins ruige vegetaties en in broekbossen, in hooilanden, duinvalleien, greppels en spoorgreppels, langs slootkanten, in natte bermen en langs vijverkanten; kan lang onder water staan. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, W.bij: maskerbijen; Vlin; BEHEERTYP: G8, B&S 1, 6.

Clinopodium calamintha - Kleine bergsteentijm*: VAST, jun-sep okt, witroze, blw. aar. Hemi, 0,3-0,6. Droge, schrale tot matig voedselrijke, liefst kalkhoudende bodems; ook op stenige en gruisachtige plaatsen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.blad; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: mestelbij, wolbijen; Vlin; BEHEERTYP: Pmu.

Convolvulus arvensis - Akkerwinde: VAST, jun-sep, wit tot roze Hemi/Geof, wortelstok, 0,2-1,0. Iets vochtige tot zomer (droge), zandige tot lichte kleiige bodems; op open zone plaatsen en open, grazige vegetaties; op allerlei dijken, in bermen, veel op allerlei spoorwegterreinen, tegen hekwerken, op greppelkanten, halfverhardingen en tussen plaveisel. Zon. (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: maskerbijen; Vlin; BEHEERTYP: P7. (niet introduceren!)

Corydalis cava - Holwortel*: KNOL, mrt-mei, paarsrood-wit. Geof, 0,15-0,3. Vochtige, vrij voedselrijke beschaduwde, humusrijke, kleiachtige bodems; voornamelijk als onderbegroeiing op stinzen en buitenplaatsen; beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: sachembijen, mestelbijen; BEHEERTYP: B&S 5.

Corydalis solida - Vingerhelmbloem*: KNOL, mrt-apr, roze. Geof, 0,1-0,2. Vochtige tot iets droge, voedselarme tot voedselrijke, en vaak kalkhoudende, zandige tot lemige, humusrijke bodems; in hakhoutbosjes, parkbossen, onder heggen, op buitenplaatsen en begraafplaatsen; waar de soort in de omgeving veel voorkomt is ze ook in gazons en kort grazige bermen aan te treffen; beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb2, W.bij: gewone sachembi,j metselbij (Osmia rufa); BEHEERTYP: B&S 4, 5, G10.

Crepis capillaris - Klein streepzaad: Eenjarig: jun-nov, geel, blw. tuil; 0,3-0,9. Vochtige tot droge, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties, daar meestal op de enigszins open plekken, maar ook heel veel als pionierplant op open gronden; in en op allerlei bermen en dijken; braakliggende terreinen, stadsplantsoenen, halfverhardingen en tussen het plaveisel tegen muren, hekwerken en straatmeubilair. Zon. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: tronkenbij, grote wolbij (Anthidium manicatum); Vlin; BEHEERTYP: G6, G7, G9; P6.

Kop planten voor bijenhotels
 

Daucus carota - Peen*: TWEE/EENJARIG, jun-sep, wit tot iets roze. Hemi/Ther, 0,3-1,5. Droge tot iets vochtige, matig voedselrijke, en vaak kalkhoudende, zandige tot kleiige bodems; op dijken en taluds, in bermen en graslanden, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb1, W.bij: maskerbijen; Vlin, Vogels (zaad); BEHEERTYP: G5, G4, G6, G7.

 

Echium vulgare- Slangenkruid*: TWEEJARIG, mei-sep, blauw. Hemi, 0,3-1,2, b1/3. Droge, humusarme enigszins stikstofhoudende, veelal kalkhoudende, open zandige en gruisachtige bodems; in de duinen en bermen in de duinstreek, langs spoorwegen en op spoorwegemplacementen, basaltglooiingen, haven- en industrieterreinen; ook in voegen van verhardingen. Zon. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: T.blad; Fauna: Hb4, W.bij: metselbijen (Osmia adunca, O. caerulescens, O. claviventris), sachembijen (Anthophora furcata, A. quadrimaculata), behangersbijen (Megachile ligniseca); Vlin; BEHEERTYP: P4.

Erigeron annuus - Zomerfijnstraal*: EEN/TWEEJARIG, jun-sep, wit, de afzonderlijke bloemen lijken op madeliefjes, blw. losse tuil; Ther/Hemi: 0,4-1,5, b1/5. Vochtige tot iets zomer droge, matig voedselrijke open of omgewerkte minerale bodems; op allerlei open plaatsen; ook tussen plaveisel, spoorwegterreinen etc.Een invasieve soort. Zon. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb1, W.bij: tronkenbij, wormkruidbij, Vlin; BEHEERTYP: P6, P7, R6. (plant is invasief!)

Esparcette - Onobrychis viciifolia*: VAST, mei-jun, roze en rood geaderd, blw. tros. Hemi, 0,2-0,7. Vochtige, matig voedselrijke, veelal kalkhoudende bodems; in Nederland het meest in wegbermen. Zon. (inh), Rots; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: behangersbijen, metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: G5.
 

Foeniculum vulgare - Venkel*: VAST, Jul-okt, geel; een bossige zeer fijnbladige en welriekende plant. Hemi, 1,0-1,5, b2/3 als pol. Vochtige, matig voedselrijke minerale bodems. Zon. TUIN (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad, S.blad, T.blad; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: maskerbijen, Vlin; BEHEERTYP: R7.

Kop planten voor bijenhotels
 

Glechoma hederacea - Hondsdraf: VAST, apr-mei, paarsblauw, blw. okselstandig, bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,15-0,5. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in allerlei grazige en houtachtige vegetaties op allerlei standplaatsen; o; m; in stadsplantsoenen, graslanden en beschaduwde gazons, onder heggen, langs waterkanten op oude, sterk verweerde muren en stapelmuren. Zon-beschaduwd. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: G.blad; Fauna: Hb3, W.bij: gewone sachembij (Anthophora plumipes), roze metselbij (Osmia rufa); Vlin; BEHEERTYP: G6, G7, G9, G9, B&S 5, 7.

 

Heracleum mantegazzianum - Reuzenberenklauw: TWEE/DRIEJARIG: jun-aug sep, wit, blw. scherm zeer groot. 2 - tot 4-jarig. Hemi, 1,5-3,0, b1/2. Zeer giftig voor velen, veroorzaakt extreme huidirritatie, zeer invasief!. Vochtige, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in bermen, op dijken, spoordijken, geluidswallen, braakliggende terreinen, in stadsplantsoenen, parken en langs waterkanten. Zon. TUIN (inh); Giftig (!); Fauna: Hb4, W.bij: maskerbijen; Vlin; BEHEERTYP: R7, R9. (niet introduceren!)

Heracleum sphondylium - Gewone berenklauw: VAST, jun-okt, wit soms roze. Hemi, 0,9-1,8. Vochtige tot iets droge, veelal zeer voedselrijke en humushoudende zand-, leem- en kleibodems; niet op puur veen; in allerlei bermen en grasvelden, op dijken, braakliggende terreinen, langs bosjes en in stadsplantsoenen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb3, W.bij: maskerbijen; Vlin; BEHEERTYP: G9, R9, B&S 5.

 
Inula britannica - Engelse alant*: VAST, jul-sep, geel, blw. alleenstaand. Hemi, 0.2-0,8. Natte tot vochtige voedselrijke minerale bodems; langs rivieroevers, op kribben, uiterwaarden, wegbermen, overhoeken. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb1, W.bij: tronkenbij; BEHEERTYP: R8; foto: R8.

Isatis tinctoria - Wede*: VAST (kortlevend): mei-jun, geel. Hemi, 0,8-1,2. Vochtige, niet zure (matig) voedselrijke, minerale bodems en tussen stenig substraat. Zon. TUIN(inh), Tegel; Fauna: W.bij: maskerbijen; Hb1(5), Hom, Vlin

Kop planten voor bijenhotels
 

Lamium album - Witte dovenetel: VAST, apr-sep, wit, blw. okselstandig. Hemi/Cham, ondergrondse uitlopers; 0,3-0,6. Op vochtige tot iets droge, zeer voedselrijke en vaak gestoorde bodems; op allerlei ruige, grazige plaatsen als bermen, weilanden en dijken, allerlei ruigten en braakliggende plaatsen en bosranden; verder aan de randen van ruige stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); E&P: blad; ZINTUIGPL: S.bloem; Fauna: Hb2, W.bij: sachembijen (Anthophora plumipes); BEHEERTYP: G9, R9, B&S 5.

Lamium maculatum - Gevlekte dovenetel*: VAST, apr-sep, paars, blw. okselstandig. Hemi/Cham, 0,3-0,6. vochtige, voedselrijke, zandige tot zavelige, humushoudende bodems; in bosranden, houtwallen en hagen, langs beken en riviertjes, op dijkhellingen; de cultuurvariëteit variegatum (met zilveren strepen) is vaak verwilderd in stadsplantsoen en -parken; licht beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: W.bij: gewone sachembij (Anthophora plumipes); Vlin; BEHEERTYP: G7, R7, B&S 5.

Lamium purpureum - Paarse dovenetel: EENJARIG, mrt-okt, paars, blw. okselstandig. Ther, 0,1-0,3. Vochtige tot iets droge, zeer voedselrijke, open bodems; op akkers, in tuinen, stadsplantsoenen, in bloembakken, boomspiegels, op open plekken in grasvelden, onder heggen, tegen muren, tussen het plaveisel, tegen straatmeubilair. Zon. (inh); Fauna: Hb3, W.bij: gewone sachembij (Anthophora plumipes); Vlin; BEHEERTYP: P9.

Lathyrus latifolius - Brede lathyrus*: VAST/KLIMPLANT, jun-aug, roze, blw. tros. Hemi, ondergrondse uitlopers; 1,0-3.0. Enigszins droge tot vochthoudende, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige bodems; in grazige vegetaties, in ruigten en op open gronden; op spoordijken, spoorwegemplacementen, braakliggende terreinen, in heggen, hekwerken en in wegbermen. Zon. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb1, W.bij: behangerbijen (Lathyrusbij Megachile ericetorum, M. willughbiella); Vlin; BEHEERTYP: R6. Megachile ericetorum vliegt ook op andere Lathyrus-soorten; soms ook op Latyrus odoratus.

Lathyrus pratensis - Veldlathyrus*: VAST, jul-aug, geel, blw. tros. Hemi, ondergrondse uitlopers; 0,5-1,2. Vochtige, matig voedselrijke leem- en kleibodems, verder op leemhoudend zand; in grazige vegetaties; in weg-, spoor- en kanaalbermen, op dijken en aan waterkanten. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb3, W.bij: behangersbijen (Megachile, willughbiella M. versicolor), metselbijen (Osmia aurulenta); BEHEERTYP: G7.

Lathyrus sylvestris - Boslathyrus: VAST, jun-aug, groenachtig met roodpaars, blw. tros. Hemi, 1,0-1,8. Vochtige, schrale, kalkhoudende bodems; voornamelijk aan bosranden, verder ook in bermen en spoorbermen en taluds. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: behangersbijen, mestelbijen; (Vlin; BEHEERTYP: B&S 4.

Lathyrus tuberosus - Aardaker*: VAST, jun-aug, rozerood, blw. tros. Hemi, ondergrondse uitlopers; 0,5-1,2. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende leem-, löss-, zavel- en zandgronden; in grazige vegetaties, in ruigten en op open gronden, vroeger (1980-1995) het meest langs spoorwegen, toen als pionierplant ook op schouwpaden; verder op rivierdijken, in weg-, kanaal- en stadsbermen en in stadsplantsoenen. Zon- beschaduwd. TUIN (inh); E&P: knol; Fauna: Hb3, W.bij: behangersbijen (Megachile, willughbiella,M. ericetorum), Kustbehangersbij (Megachlie maritima), metselbijen (Osmia aurulenta, O. claviventris, O. Leucomelana); nectarplant voor dagvlinders; BEHEERTYP: (WB) G5, G7, R5, R7.

Leonurus cardiaca - Hartgespan*: VAST, jun-sep, roze, blw. okselstandig, gedeeltelijk overblijvend. Hemi, 0,5-1,5.Iets vochtige tot vrij droge, voedselarme, kalkhoudende, (niet te zure) open zandige tot lemige bodems. Zon. TUIN (inh), Tegel; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: grote wolbij (Anthidium manicatum), behangersbijen (Megachile centuncularis); Vlin; BEHEERTYP: P4.

Leucanthemum vulgare - Gewone margriet*: VAST, mei-aug, wit, alleenstaand. Hemi, rozet, 0,3-0,6. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, leemhoudende, zandige tot niet te zware, kleiige bodems; in grazige vegetaties zoals hooilanden, bermen, grasvelden, op dijken en langs spoorwegen. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, W.bij: wormkruidbij, tronkenbij; Vlin. BEHEERTYP: G5, G6, G7.

Lotus corniculatus var. sativus - Rechte rolklaver*: VAST, jun-sep, geel, blw. hoofdjesachtig; stengels rechtopstaand. Hemi, 0,1-0,4. Vochtige tot droge, schrale zandige bodems; in grazige vegetaties onder meer in bermen. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: wolbijen (Anthidium manicatum); behangersbijen (M. willughbiella), Vlin; BEHEERTYP: G3, G6, G7.

Lotus corniculatus var.corniculatus - Gewone rolklaver*: VAST, jun-sep, geel, blw. hoofdjesachtig. Hemi, 0,1-0,4. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot matig voedselrijke, veelal kalkhoudende, zandige tot zavelachtige bodems; in duinvalleien, graslanden en bermen, op dijken, spoorwegterreinen en in zandafgravingen. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, W.bij: wolbijen (Anthidium manicatum,A. punctatum); behangersbijen (Megachile ericetorum, M. willughbiella), metselbijen (Osmia); Vlin; BEHEERTYP: G3, G6, G7.

Lotus pedunculatus - Moerasrolklaver*: VAST, jun-aug, geel, blw. hoofdjesachtig. Hemi, ondergrondse uitlopers. Natte tot vochtige, matig voedselrijke zand-, veen- en leemachtige bodems of bodems met een natte ondergrond; in grazige vegetaties en in ruigten; langs bermsloten en -greppels, waterkanten, kanaaloevers, spoorsloten, stadsvijvers, in zandafgravingen en leemkuilen. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, W.bij: grote wolbij (Anthidium manicatum), behangersbijen (M. willughbiella); Vlin; BEHEERTYP: G8.

Lupinus polyphyllus - Vaste lupine*: VAST, jun-aug, blauw, roze, rood, blauw; aarachtige tros. Hemi, 0,7-1,3. Droge voedselarme tot iets voedselrijke, zandige veelal zwak zure bodems; in weg- en spoorbermen, langs spoorwegen en op spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); ZINTUIGPL: T.peul; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: behangersbijen, grote wolbij (Anyhidium manicatum) ; BEHEERTYP: G2d.
Kop planten voor bijenhotels
 

Marrubium vulgare - Malrove*: VAST, jun-sep, wit, blw. okselstandig, sterk gerimpelde viltige bladen, stengel witviltig. Hemi, 0,4-0,6. Droge, schrale, kalkhoudende open bodems; in duinen en kalkgrasland. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: P4.

Melilotus albus - Witte honingklaver: TWEEJARIG/VAST, kortlevend: jul-sep, wit, blw. okselstandige tros. Hemi, 0,5-2,0. Giftig voor vee. Vochtige tot droge, voedselrijke, zandige tot kleiige en steenachtige bodems; op industrie-, haven- en spoorwegterreinen; in wegbermen, op dijken, braakliggende terreinen, halfverhardingen van parkeerplaatsen en vluchtheuvels, tussen het plaveisel, langs vijverkanten en in stadsplantsoenen. Zon. (inh); Giftig (vee); Fauna: Hb5, W.bij: behangersbijen, metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: R6, R7, P6, P7.

 

Origanum vulgare - Wilde marjolein*: VAST, jun-sep, roze tot licht paars, blw. tuil. Hemi, 0,3-0,6. Vochthoudende tot zomer droge, matig voedselrijke tot schrale kalkhoudende zavelige en lemige bodems; in grazige vegetaties en in ruigten: op dijken, in bermen, langs holle wegen, langs spoorwegen, langs struwelen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh), Tegel, Rots; E&P: blad; ZINTUIGPL: G.blad; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: (WB) G5, R5.

Ononis repens ssp. repens - Stalkruid: VAST, jun-sep, roze, blw. okselstandig alleenstaand. Hemi/Cham, 0,05-0,3. zomerdroge, voedselarme kalkhoudende, zandige tot lemige bodems; op min op meer open grazige plaatsen, in schrale weg- en spoorbermen en op spoorwegemplacementen die met duinzand zijn aangelegd. Zon. (inh); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: behangersbijen, metselbijen, wolbijen; BEHEERTYP: G4, G0.

Ononis repens ssp. Spinosa - Kattedoorn: VAST, jun-sep, roze, blw. okselstandig alleenstaand. Cham/Hemi, 0,2-0,6. Vochthoudende, iets voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende zand-, löss- en zavelige bodems; op grazige plaatsen, in weilanden, duinen, wegbermen, op dijken en spoordijken. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: behangersbijen, metselbijen, wolbijen; BEHEERTYP:G5.

Kop planten voor bijenhotels
 

Pentaglottis sempervirens - Overblijvende ossentong*: VAST, apr-okt, blauw. Hemi, met een lange penwortel, 0,4-1,0, b4/5. Vochtige tot vochthoudende (matig)voedselrijke bodems; op stinzen en randen van beplantingen in openbaar groen. Zon-halfschaduw. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: T.plant; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: metselbijen, sachembijen; Vlin; BEHEERTYP: B&S 5R7. (plant is invasief)

Picris hieracioides - Echt bitterkruid*: TWEEJARIG, jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, rozet: 0,5-1,0. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot iets voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in grazige vegetaties in de duinen, in bermen, op dijken, spoordijken, en spoorwegemplacementen; verder op halfverhardingen en tussen het plaveisel o; m; op parkeerplaatsen en in fietsenstallingen, in het duingebied en op vluchtheuvels in de stad. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb3, W.bij: tronkenbij, behangersbijen, metselbijen (Osmia claviventris, O. leaiana); Vlin; BEHEERTYP: P5, G4, G5.

Potentilla erecta - Tormentil*: VAST, jun-aug, geel, blw. bijscherm. Hemi, 0,1-0,4. Natte tot enigszins droge, voedselarme, zure tot zwak zure zand-, leem- en veenbodems; in vochtige en niet te droge heiden en duinvalleien, op greppel- en slootkanten, langs spoor- en autowegen, en in heidebermen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb1; W.bij: maskerbijen (Hylaeus annularis, H. brevicornis,H. communis,H. gibbus, H. hyalinatus, H. pictipes); BEHEERTYP: G1.

Potentilla intermedia - Middelste ganzerik*: VAST, jun-aug, geel, blw. wijd vertakt bijscherm. Hemi, 0,2-0,5. Vrij droge, matig voedselrijke zandige bodems; op spoorwegemplacementen, in wegbermen en zandgroeven. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; FAUNA: W.bij: maskerbijen; BEHEERTYP: P6.

Potentilla recta - Rechte ganzerik*: VAST, jun-aug, min of meer lichtgeel, blw. bijscherm. Hemi: 0,25-0,6. Droge, matig voedselrijke, open, al dan niet recent omgewoelde bodems; in bermen, dijken, spoorwegterreinen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb1, W.bij:maskerbijen; BEHEERTYP: P6.

Primula elatior - Slanke sleutelbloem*: VAST, mrt-begin mei, geel, blw. scherm. Hemi, 0,2-0,3. Iets natte tot vochtige, veelal kalkhoudende, meestal lemige, matig voedselrijke bodems; in loofbossen en grasland; licht beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: gewone sachembij (Anthophora plumipes); BEHEERTYP: (WB) G8, B&S4, B&S5, B&S6, B&S6.
Primula veris - Gulden sleutelbloem*: VAST, apr-mei jun, geel, blw. scherm. Hemi, 0,15-0,3. Vochthoudende, matig voedselrijke, kalkrijke lemige, licht humeuze bodems en zavelgronden; in bossen; grasland, spoordijken en wegbermen. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb1, Hom, W.bij:gewone sachembij (Anthophora plumipes); BEHEERTYP: (WB) G4, G5, G7, B&S4, 5.

Pulicaria dysenterica - Heelblaadjes*: VAST, jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, wortelstok, 0,6-0,8. Natte tot vochtige tot zwak brakke, matig voedselrijke zand-, leem-, en kleibodems; in duinvalleien, bermen, op dijken, langs spoorwegen, kanaal- en rivieroevers, sloten, greppels, vijverkanten en op natte rivieroevers. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, W.bij: tronkenbij; Vlin; BEHEERTYP: G8, G0, R8.

Pulmonaria officinalis - Gevlekt longkruid*: VAST, mrt-mei, blauw, wortelbladen bleekgroen gevlekt vaak door gekweekt. Hemi, 0,15-0,25. Vochtige, schrale tot matig voedselrijke en veelal kalk-, en humushoudende bodems; in loofbossen, onder heggen en in stinzentuinen; soms verwilderd; licht-beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: sachembijen, metselbijen; BEHEERTYP: B&S 4, 5.

Kop planten voor bijenhotels
 

Ranunculus acris - Scherpe boterbloem: VAST, apr-okt, geel, blw. pluimvormig vertakt. Hemi, 0,3-0,8. Vochtige, voedselrijke bodems; voornamelijk in grazige vegetaties; in bermen, grasvelden en op dijken. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: ranonkelbij, metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: G7.

Ranunculus ficaria -Speenkruid: VAST, mrt-mei, geel, blw. alleenstaand. Geof, knolletjes,0,1-0,4. Vochtige, (zeer) voedselrijke bodems; zoutmijdend; in Vochtige loofbossen, stadsplantsoe­nen, in parken, onder heggen, op begraafplaatsen, in grasvelden en bermen, op greppel- en sloot­kanten; groeit vaak tussen de brandnetels. Zon.en halfschaduw. zon-beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb2, Hom, W.bij: roze metselbij (Osmia rufa); Vlin; BEHEERTYP: G9, B&S 5. (komt in geschikte bodems tot volledige dominantie!)

Ranunculus repens - Kruipende boterbloem: VAST, mei-jul, geel, blw. pluimvormig vertakt. Hemi/ Cham/Helo, bovengrondse uitlopers, 0,1-0,5. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; op grazige plaatsen, in stadsplantsoenen, boomspiegels, op betreden plaatsen en plaatsen met een sterk wisselende water­stand. Zon.en halfschaduw. (inh); Giftig (mens); Fauna: Hb2, Hom, W.bij: rosse metselbij (Osmia rufa); Vlin; BEHEERTYP: G7, G8, G9, B&S 5, 6.

Reseda lutea - Wilde reseda*: VAST, mei-sep, geel bladen in slippen verdeeld of min of meer veervormig ingesneden, plant meestal tamelijk sterk vertakt. Hemi,,0,3-0,7, b1/1.Droge tot vochthoudende, open, veelal kalkhoudende, matig voedselrijke zandige tot zavelige bodems; op spoorweg-, haven- en fabrieksterreinen, langs wegbermen en dijken, op braak­liggende terreinen, in de duinen, zandafgravingen en krijtgroeven, tussen het plaveisel, tegen muren en straatmeubilair, op parkeerplaatsen, opslagplaatsen en halfverhardingen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: maskerbijen (Resedamaskerbij Hylaeus signatus, H. gibbus, H. confusus, H. brevicornis, H. communis, H. hyalinatus), kleine wolbij (Anthidium punctatum); Vlin; BEHEERTYP: P4.

Reseda luteola - Wouw*: TWEEJARIG, jun-sep, geel; blad ongedeeld lancet- of lijnvormig, niet of weinig vertakte plant. Hemi, 0,5-1,5, b1/7. Droge tot vochthoudende, open, en veelal kalkhoudende, matig voedselrijke, zandige en zavelachtige bodems; voornamelijk bij steenfabrieken, op spoorwegemplacementen, langs spoorbermen, in kalk- en zandgroeven, braakliggende terreinen, soms in bermen en op dijken. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb5, W.bij: maskerbijen (Resedamaskerbij Hylaeus signatus, H. gibbus, H. confusus, H. brevicornis, H. communis, H. hyalinatus); Vlin; BEHEERTYP: P4.

Ribes rubrum - Aalbes: HEESTER, h2j, apr-mei, geelgroen; bes rood. Phan, tot 1,5x. Vochtige tot natte voedselrijke bodems; in loofbossen, in hagen, in knotwilgen, openbaar groen. Zon. Tuin (inh) heg; E&P: vrucht; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: mestelbijen, Vogels (bessen); BEHEERTYP: B&S 2, 5, 6.

Rorippa sylvestris - Akkerkers: VAST, jun-sep, geel. Hemi, wortelstok, 0,2-0,4. Open, natte tot vochtige, zandige tot kleiige bodems; in uiterwaarden, langs oevers, op recreatieterreinen, braakliggende terreinen en akkers, nog weinig in stadsplantsoenen. Zon-licht beschaduwd. (inh); Fauna: Hb1; W.bij: maskerbijen (Hylaeus communis, H. gibbus, H. hyalinatus, H. pictipes); BEHEERTYP: P8, P9, G9.

Rubus fruticosus (de meeste wilde braamsoorten; zie flora) - Gewone braam: HEESTER, h2j, mei-aug, wit tot diep roze, blw. pluim, vruchten meestal zwart; de gewone braam is een verzamelnaam voor een groot aantal andere soorten en onder soorten. Phan, tot 4,0. Min of meer vochtige, schrale tot voedselrijke bodems; op alle terreintypen; onder meer op overhoeken, industriële terreinen, spoorwegterreinen, in allerlei soorten natuurlijke en cultuurlijke beplantingen, in bossen, heidevelden, duinen etc; bramen komen vrijwel op alle bodemtypen voor; Het heeft weinig zin omdat hier verder uit te splitsen; veel bramen wijzen op stikstof verrijking van de grond onder invloed van landbouw. Zon-halfschduw. TUIN (inh); E&P: vrucht; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: maskerbijen, metselbijen; Vlin, Vogels (bottels); BEHEERTYP: R2, R7, B&S 2, 5.

Kop planten voor bijenhotels
 
Salvia pratensis - Veldsalie*: VAST, mei-jul, paarsblauw, blw. aar. Hemi, 0,3-0,6;1/2. Enigszins vochtige tot min of meer zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige bodems; in grazige vegetaties op rivier-, spoordijken en op overhoeken bij de rivieren. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb1, Hom, W.bij: metselbijen, Vlin; BEHEERTYP: (WB) G4, G5.

Securigera varia - Bont kroonkruid*: VAST, jun-sep, roze, blw. hoofdje. Hemi, met ondergrondse uitlopers, ca 0,6, klimmend en liggend tot 1,3. Giftig voor vee, maar niet voor herkauwers. Vochtige tot zomerdroge, matig voedselrijke of kalkhoudende bodems; op rivier en spoordijken, in wegbermen en rivierduinen, op spoorwegemplacementen, stenige taluds. Zon. TUIN (inh), Tegel; Giftig (vee); Fauna: Hb1, W.bij: grote wolbij (Anthidium manicatum), metselbijen (Osmia caerulescens) behangersbijen (Megachile willughbiella, M. ericetorum); Vlin; BEHEERTYP: G4, G5, R5, R6.

Sedum acre - Muurpeper*: VAST, jun-jul, geel, blw. een dubbele schicht. Cham, 0,05-0,1. Droge en veelal kalkhoudende, open zandige en stenige bodems; op muren, wegranden, steenglooiingen van dijken en viaducten, spoorweg- en fabrieksterreinen, verhardingen en halfverhardingen, platte daken, in de jaren tachtig in geschoffelde en vooral met simazin (een chemisch onkruidbestrijdingsmiddel) behandelde stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb3, W.bij: maskerbijen (Hylaeus communis, H. confusus,H. gibbus, H. hyalinatus, H. pictipes); Vlin; BEHEERTYP: Pmu, P6.

Senecio aquaticus - Waterkruiskruid*: TWEEJARIG, jun-aug, geel, blw. tuil. Hemi, rozet, 0,5-1,0. Natte tot tamelijk vochtige, matig voedselrijke, zandige, kleiige en venige bodems; vroeger in weinig bemeste wei- en hooilanden hoofdzakelijk op de laagveengronden; thans voornamelijk in natte bermen, op polderdijken, langs sloot- en waterkanten. Zon. TUIN (inh); Giftig (vee); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: tronkenbij, Vlin; BEHEERTYP: G8.
Senecio inaequidens - Bezemkruiskruid*: VAST, jun-dec, geel, blw. tuil. Cham, 0,3-1,3. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelige, steen- en gruisachtige bodems; op alle mogelijke open terreinen; het meest op spoorwegterreinen; verder op industrie- en haventerreinen; langs rivier- en kanaaloevers, in wegbermen, op mijnsteenbergen, halfverhardingen van vluchtheuvels en parkeerplaatsen, tussen plaveisel, tegen muren en straatmeubilair, en in stadsplantsoenen; de soort gedraagt zich meer als pionier dan als ruigtekruid. Zon- tb. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: tronkenbij, Vlin; BEHEERTYP: R7, R6, P7, Pmu. (Plant is zeer invasief)

Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid*: TWEEJARIG, jun-sep, geel, er komen twee variëteiten voor, met en zonder lintlboemen, blw. tuil; Hemi, rozet, 0,5-1,5. Vooral giftig (ook gedroogd) voor paarden, nectar ook voor mensen. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op open gronden en in grazige vegetaties; in de duinen, op rivier-, spoor- en kanaaldijken, in allerlei bermen, langs zandpaden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel en langs en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Giftig (mens en vee); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: tronkenbij, wormkruidbij; Vlin; BEHEERTYP: P5, P6, G3, G4, G6, G7.

Stachys palustris - Moerasandoorn*: VAST, jul-aug, roze-achtig, blw. aar, ondergrondse uitlopers. Geof/Hemi, 0,4-1,2. Natte tot vochtige, voedselrijke bodems; in ruigten langs allerlei oevers en waterkanten, veel langs stadsvijvers, op steen- en basaltglooiingen van rivieren en kanalen en stadsgrachten; verder in natte bossen en open braakliggende of drooggevallen plaatsen; op vochtige akkers ook als akkeronkruid. Zon-licht beschaduwd. (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: grote wolbij (Athidium manicatum), andoornbij (Anthophora furcata); Vlin; BEHEERTYP: P9, R8, B&S 6.

Stachys sylvatica - Bosandoorn*: VAST, jun-aug, donker paarsrood, blw. aar. Hemi, bovengrondse uitlopers, 0,5-0,9. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot kleiige, humusrijke, bodems; in bossen en struwelen en op beschaduwde plaatsen in bermen, op dijken, spoordijken, langs holle wegen, op buitenplaatsen en in stadsparken; licht beschaduwd-halfschaduw. TUIN (inh); Fauna: Hb1,W.bij: grote wolbij (Athidium manicatum), andoornbij (Anthophora furcata); BEHEERTYP: B&S 4, 5.

Symphytum officinale - Gewone smeerwortel: VAST, apr-sep, wit tot paars. Hemi, penwortel, 0,3-1,0. Natte tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke bodems; in graslanden, ruigten, bossen, bermen, op dijken, langs oevers en in natte bossen en struwelen. Zon-licht beschaduwd. TUIN (inh); ZINTUIGPL: T.plant, S.bloem; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: gewone sachembij (Anthophora plumipes); BEHEERTYP: G7, G8, R8, B&S 6.

Kop planten voor bijenhotels
 

Tanacetum vulgare - Boerenwormkruid*: VAST, jul-sep, geel, blw. tuil. Hemi, wortelstok, 0,6-1,5. Vochtige tot droge, matig voedselrijke tot iets schrale, zandige tot kleiige bodems; in ruigten en grazige vegetaties, op braakliggende gronden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in weg- en kanaalbermen, op dijken, in akkerlanden, langs allerlei niet te natte oevers en vijverkanten, tussen het plaveisel, tegen muren en straatmeubilair en op halfverhardingen. Zon. TUIN (inh), Tegel; ZINTUIGPL: G.plant, T. Bloem; Fauna: Hb3, W.bij: wormkruidbij, tronkenbij; Vlin; BEHEERTYP: R6, R7, G7.

Teucrium chamaedrys - Echte gamander*: VAST, jul-sep, roze en donker verkleurend, blw. okselstandig; blad min of meer gekarteld en leerachtig. Cham, 0,15-0,3. Vochthoudende bodems, neutrale bodems; in Nederland in kalkgrasland. Zon. TUIN (inh), Rots; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: metselbijen, wolbijen, Vlin; BEHEERTYP: G4.

Trifolium pratense - Rode klaver: TWEEJARIG/VAST/ mei-okt, rood, blw. hoofdje. Hemi, 0,15-0,5. Vochtige, voedselrijke lemige tot kleiige bodems; graslanden, bermen en dijken. Zon. TUIN (inh), W.bij: metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: G7.

Trifolium repens - Witte klaver: VAST, mei-okt, wit tot iets roze, blw. hoofdje. Hemi, 0,05-0,35.Natte tot vochtige voedselrijke bodems; in grazige vegetaties; grasvelden, gazons, bermen, betreden grazige plaatsen en grasvelden die onderhevig zijn aan een sterk wisselende waterstand. Zon. (inh); Fauna: Hb5, W.bij: sachembijen, behangersbijen, metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: G7, G8, G9.

 

Vicia cracca - Vogelwikke: VAST, jun-sep, blauwpaars, blw. okselstandige tros. Hemi, ondergrondse uitlopers, 0,5-1,5. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke bodems; in weinig bemeste hooilanden; in allerlei grazige en ruige bermen, op dijken, langs waterkanten, vijverkanten, op overhoeken en in stadsplantsoenen. Zon. TUIN (inh); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: G7, R7.

Vicia sepium - Heggenwikke: VAST, mei-aug, violet-lichtblauw, okselstandig alleenstaand of enkele bijeen. Hemi, wortelstok, 0,3-1,0. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in ruige grazige vegetaties, ruigten, aan randen van bossen en struwelen, in allerlei bermen, houtwallen, hakhoutbosjes, onder heggen en op dijken. Zon-licht beschaduwd. (inh); Fauna: Hb1, W.bij: metselbijen; Vlin; BEHEERTYP: R7, B&S 5, G6-7.

Kop planten voor bijenhotels
 
Tuinplanten (exotische soorten) Dit gedeelte is onder constructie
De bovengenoemde inheemse plantensoorten gemerkt met een asterisk (*) kunnen ook in tuinen worden toegepast (zijn vaak ook in de handel). Sommige van deze planten breiden zich snel uit of geven een sterk afwijkende groei op plekken die te veel van het natuurlijk milieu van deze planten afwijken. Voor al deze bijzonderheden wordt verwezen naar het "plantenvademecum"
 
Achillea filipendulina - Geel duizendblad: VAST, jun-aug, geel, blw. tuil. Hemi, 1,0-1,2. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke bodems. Zon. TUIN (uith); ZINTUIGPL: G.blad; Fauna: Hb1, W.bij: maskerbijen, tronkenbij
Allium cepa - Ui: BOL, jul-aug, wit, blw. bolvormig scherm. Geof, 0,6-1,2. Vochtige, voedselrijke, neutrale bodems. Zon. TUIN (uith); E&P: bol; ZINTUIGPL: G.blad; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: maskerbijen (Lookmaskerbij (Hylaeus punctulatissimus), Vlin.
Allium giganteum - Reuzenlook: BOL: jun-jul, lila/lilaroze, blw. bolvormig scherm. Geof, 0,8-1,5. Iets vochtige matig voedselrijke tot voedselrijke bodems. Zon. TUIN (uith); ZINTUIGPL: G.blad; Fauna: Hb4, Hom, W.bij: maskerbijen.
Aruncus dioicus - Geitenbaard: VAST, jun-jul, wit-roomwit, blw. pluim. Hemi, 1,25-1,75, b4/5. Vochtige voedselrijke bodems; zandige-klei (klei) bodems. Zon-halfschaduw. TUIN (uith); Fauna: Hb5, Hom, W.bij: maskerbijen, Vlin.
 
Buphthalum salicifolium - Koeieoog: VAST, jun-sep; geel, blw. alleenstaand. Hemi, 0,4-0,6. Enigszins vochtige, matig voedselrijke, neutrale tot kalkhoudende bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: tronkenbij, Vlin.
Kop planten voor bijenhotels
 
Campanula - Klokjes: Vooral voor kleine klokjesbij (Chelostoma campanularum), grote klokjesbij (C. rupunculi)
Campanula carpatica - Karpatenklokje: VAST, jun-sep, blauw, blw. alleenstaand. Hemi, 0,15-0,4.Vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; mag in de winter niet nat staan. Zon-lichte schaduw. TUIN (uith), Tegel, Rots; Fauna: Hb3, Hom, W.bij.
Campanula cochleariifolia: VAST, jun-jul, lichtblauw, blw. alleenstaand. Hemi, ca. 0,1. Iets vochtige tot vochthoudende, neutrale lemige bodems of stenig substraat; gevoelig voor winternatte bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, Hom, W.bij.
Campanula lactiflora - Campanula: VAST, jun-aug, blauw, blw. pluim. Hemi, 075-1,25. Vochtige, matig voedselrijke bodems; mag niet nat staan. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, Hom, W.bij.
Campanula portenschlagiana - Klokje: VAST, jun-aug, blauw, blw. zeer losse pluim. Hemi, 0,1-0,15. Enigszins vochtige, leemhoudende tot kleiachtige bodems. Zon. TUIN (uith), Rots; Fauna: Hb3, Hom, W.bij.
Campanula poscharskyana - Poscharsky's klokje: VAST, jun-sep, blauw, blw. pluimachtig vertakt, min of meer liggende stengels. Hemi, 0,25-0,5. Enigszins vochtige tot vochthoudende, zandige tot kleiige bodems; verdraagt geen natte bodems in de winter. Zon. TUIN (uith), Tegel, Rots; Fauna: Hb3, Hom, W.bij.

Coreopsis lanceolata - Meisjesogen: VAST, jun-aug, geel, blw. alleenstaand. Hemi, 0,4-0,6. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems en lichte klei. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: tronkenbij.

Coreopsis verticillata - Meisjesogen: VAST, jun-sep, geel, blw. alleenstaand. Hemi, 04-0,8. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems en lichte klei. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: tronkenbij, Vlin.

Crambe cordifolia - Hartbladige zeekool: VAST, mei-jul, wit, blw. reusachtige samengestelde trossen. Hemi, 1,5-2,5, b2/3. Min of meer vochtige, matig voedselrijke bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: maskerbijen, Vlin.
Erigeron karvinskianus - Muurfijnstraal: VAST, jun-aug, wit. Hemi, 0,2-0,5, b3/2. Op stenig substraat; oude muren, kades, plaveisel. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb1, W.bij: tronkenbij; BEHEERTYP: Pmu.
Kop planten voor bijenhotels
 
Kalimeris incisa - Kalimeris: VAST, jun-aug sep, wit-licht violet, blw. tuil. Hemi, 0,6-1,0. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke en humusrijke bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb1, W.bij: tronkenbij.
 
Lamium maculatum cv. var. - Gestreepte dovenetel: VAST, apr-sep, paars, blw. okselstandig. Hemi/Cham, 0,3-0,6. Vochtige, voedselrijke, zandige tot zavelige, humushoudende bodems; in bosranden, houtwallen en hagen; vaak verwilderd in stadsplantsoen en parken; licht beschaduwd. TUIN (inh); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: gewone sachembij (Anthophora plumipes); BEHEERTYP: G7, B&S 5.
Lathyrus odorathus - Welriekende siererwt: Eenjarige klimplant: jun-sep,wit, rose-paars, blw.tros. Ther tot 2,5 m. vochtige, voedselrijke bodem. Zon. TUIN:(uith); ZINTUIGPL: G.bloemFAUN: W.bij: behangersbijen, Hom

Lavandula angustifolia - Lavendel: DWERGHEESTER, groenblijvend, h2j, jun-jul, blauw-blauwachtig, blw. langgesteelde aar. Cham, tot 0,8xb. Droge tot vochthoudende, arme tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodems. Zon. Tuin (uith) heg, Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.bloem/blad; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: behangersbijen, mestelbijen, grote wolbij (Anyhidium manicatum), Vlin.

Lavandula stoechas - Kuiflavendel: DWERGHEESTER, h2j, jul-aug, purper. Cham, tot 0,7xb. Droge tot vochthoudende, arme tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodems. Zon. TUIN (uith), Tegel, Rots; ZINTUIGPL: G.bloem/blad; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: W.bij: behangersbijen, mestelbijen, grote wolbij (Anyhidium manicatum), Vlin.

Leonurus sibiricus - Hartgespan: TWEEJARIG, jun-aug, paarsrood, blw. okselstandig. Ther/Hemi, in het gunstigste geval een kortlevende vaste plant; 0,8-1,5. Vochtige, tot iets droge, matig voedselrijke, min op meer neutrale bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: grote wolbij (Anyhidium manicatum), Vlin.
Leucanthemum maximum - Reuzen margriet: VAST, jun-sep, wit, blw. alleenstaand. Hemi, 0,7-0,9. Vochthoudende, matig voedselrijke (en humusrijke) zandige bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, W.bij: tronkenbij, Vlin.
Lupinus polyphyllus - Vaste lupine*: VAST, jun-aug, blauw, roze, rood, blauw; aarachtige tros. Hemi, 0,7-1,3. Droge voedselarme tot iets voedselrijke, zandige veelal zwak zure bodems; in weg- en spoorbermen, langs spoorwegen en op spoorwegemplacementen. Zon. TUIN (inh); ZINTUIGPL: T.peul; Fauna: Hb3, Hom, W.bij: behangersbijen, grote wolbij (Anyhidium manicatum) ; BEHEERTYP: G2d.
Kop planten voor bijenhotels
 
Origanum laevigatum - Marjolein: VAST, jul-sep, purperrose, blw, tuil. Hemi, 0,4-0,6. Vochthoudende tot vrij droge, matig voedselrijke tot schrale; kalk- en leemhoudende bodems. Zon. TUIN (uith); ZINTUIGPL: G.blad; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: metselbijen, Vlin.
 
Reseda alba - Witte reseda: TWEEJARIG of kortlevend vast: jun-okt, wit. Hemi, 0,5-0,9, b1/2. Vrij droge, matig voedselrijke, neutrale zandige, lemige en gruisachtige bodems. Zon. TUIN (inh), Tegel, Rots; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: maskerbijen, Vlin; BEHEERTYP: P4.
Reseda odorata - Tuinreseda: EENJARIG, jul-okt, groenachtig wit. Ther, 0,2-0,4, b1/2. Vrij droge open, matige voedselrijke bodems; kan in zachte, maar niet te natte winter overwinteren. Zon. TUIN (uith); ZINTUIGPL: G.bloem; Fauna: Hb5, Hom, W.bij: maskerbijen, Vlin.
Rudbeckia fulgida - Rudbeckia: VAST, aug-sep, oranjegeel, buisbloemen donkerbruin. Hemi, 0,6-0,9. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, lemige tot kleiige bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: tronkenbij, Vlin.
 
Sedum kamtschaticum (incl. S. middendorffianum) - Sedum: VAST, jun-sep, geel-oranjegeel, blw. trosvormig. Cham, 0,15-0,2. Iets vochtige, zomer droge, matig voedselrijke, neutrale minerale, maar humushoudende bodems en stenig substraat. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb3, Hom, W.bij: maskerbijen, Vlin.
Sedum spurium - Roze vetkruid: VAST, jun-aug, rood tot wit. Cham, 0,1-0,2. Droge stenige substraten en bodems; vaak randen van beplantingen zon TUIN (uith), Rots; Fauna: Hom, W.bij: maskerbijen, Vlin.
Senecio cineraria - Wit askruid: KUIPPLANT, vast/halfHEESTER, jul-aug, geel, blw. een tuil, blad grijs, overleeft in zachte winters. Cham, 0,4-0,6. Vochtige, zomerdroge, matig voedselrijke bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb1, Hom, W.bij: tronkenbij, Vlin.
Stachys byzantina - Ezelsoor: VAST, jun-aug, lila, blw. min of meer aarachtig; bladen wollig wit behaard. Hemi, 0,3-0,6. Vochtige, zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke neutrale bodems. Zon; gevoelig voor winternatte bodems. Zon. TUIN (uith); ZINTUIGPL: T.blad; Fauna: Hb1, grote wolbij (Anyhidium manicatum).
Symphytum grandiflorum - Bodembedekkende smeerwortel: VAST, mrt-mei, bleekgeel; kruipend en bodembedekkend. Hemi/Cham, 0,3-0,4. Vochtige, matig voedselrijke bodems; beschaduwd-halfschaduw. TUIN (uith); Fauna: Hom, gewone sachembij (Anthophora plumipes).
Kop planten voor bijenhotels
 
Teucrium lucidrys - Gamander: HALFHEESTER, h2j, jul-sep, roze, blw. tros. Cham, tot 0,5. Vochtige, zomerdroge, matig voedselrijke bodems. Zon. TUIN (uith); Fauna: Hb5, Hom, W.bij: grote wolbij (Anyhidium manicatum) Vlin.

 

 

Planten voor bijen die in bijenhotels nestelen naar milieu gerangschikt--

Kop planten voor bijenhotels
Het betreft bijen die van nature in leemwanden, dood hout, in gaten en spleten van muren, in hole stengels van afgestorven kruidachtige planten en dode stengels van bramen nestelen. Voor deze bijen zijn bepaalde planten noodzakelijk.Het gaat om de volgende bijengeslachten en soorten: behangersbijen (Megachile), klokjesbijen (Chelostoma), maskerbijen (Hylaeus), metselbijen (Osmia), sachembijen (Anthophora), tronkenbijen (Heriades), wolbijen (Anthidium).

Als verschillende plantensoorten die in deze tabel worden genoemd talrijk bijelkaar voorkomen, en nestgelegenheid (vermoedelijk) ontbreekt (de bijen komen dan niet voor) dan is het zinvol om kunstmatige nestgelegenheid aan te brengen. Bijvoorbeeld in parken, heem- en natuurtuinen, openbaar groen, randen van dorpen en andere woonkernen op het platteland, Vinex-locaties, educatieve centra (Ecomare). Als bijenplanten ontbreken en men toch voor educatieve doeleinde een bijenhotel wil plaatsen zullen de genoemde plantensoorten moeten worden geïntroduceerd of het beheer worden aangepast. Door pleksgewijs te verschralen of te verrijken of vochtigheidsgradiënten aan te brengen kan de variatie van bijenplanten worden vergroot. Vrijwel alle soorten kunnen ook in tuinen worden toegepast. Voor details zie plantenvademecum.

Alleen voor de bodemtypen die niet te voedselarm zijn worden plantensoorten opgegeven. Sommige soorten zijn beperkt tot bepaalde streken van en land of komen alleen op minerale bodems voor. Zie Plantenvademecum (Koster, 2007).

X

Overwegend (matig) droge, voedselarme tot iets voedselrijk, kalkhoudende bodem

Voorkomen -- In kalkgraslanden, in de duinen, rivierdijken en in spoor- en wegbermen, op spoorwegemplacementen en industrieterreinen in Zuid-Limburg en in het rivieren gebied.

Pionierplanten: gewone ossentong, hartgespan, malrove, slangenkruid, wilde reseda, wouw, jacobskruiskruid, witte reseda. Soorten van grasland: bont kroonkruid, echt bitterkruid, echte gamander, gewone rolklaver, grasklokje, grote centaurie, gulden sleutelbloem, Jacobskruiskruid, kattendoorn, knolboterbloem, kruipend stalkruid, kruipend zenegroen, peen, rechte rolklaver, veldsalie . Soorten van bosranden: Boslathyrus, kruipend zenegroen.
Kop planten voor bijenhotels

X

Zomerdroge tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende bodem

 

Voorkomen -- In hoofdzaak op taluds en in bermen van hole wegen, rivierdijken, spoor- en autowegen. Ook op spoorwegemplacementen en op industrieterreinen.

Soorten van grasland: Aardaker, bont kroonkruid, kluwenklokje, rapunzelklokje, veldsalie, wilde marjolein, esparcette, gulden sleutelbloem, kattendoorn, kruipend zenegroen, peen, smalle rolklaver, wilde cichorei.

X

Droge tot vochthoudende matig voedselrijke bodem

 

Voorkomen -- Op allerlei zandige bodems: bermen, dijken, industriële terreinen, zandafgravingen en natuurontwikkelingsterreinen.

Pionierplanten: echt bitterkruid, gele kamille, klein streepzaad, kleine bergsteentijm (op gruis en muren), middelste ganzerik, rechte ganzerik, valse kamille, witte honingklaver. -- brede lathyrus (vaste plant), muurpeper, zomerfijnstraal. Soorten van grasland: gewone margriet, gewoon duizendblad, grasklokje, gewone rolklaver, heggenwikke, Jacobskruiskruid, klein streepzaad, knolboterbloem, knoopkruid, peen, rechte rolklaver. Soorten van ruigten: stinkende ballote, bont kroonkruid: bezemkruiskruid (zeer invasief), boerenwormkruid, wilgenroosje, zomerfijnstraal. Langs struweel en hekken: heggenrank
Kop planten voor bijenhotels

X

Vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke bodem

 

Voorkomen -- In bermen, op dijken en taluds graslanden. Op allerlei meestal minerale bodems.

Pionierplanten: bezemkruiskruid (zeer invasief), gele ganzenbloem, dille, witte honingklaver, zomerfijnstraal.Soorten van Grasland: Aardaker, akkerklokje, gestreepte dovenetel, boerenwormkruid, gevlekte dovenetel, gewone margriet, gewone rolklaver, gewone smeerwortel, gewoon duizendblad, gulden sleutelbloem, heggenwikke, hondsdraf, Jacobskruiskruid, klein streepzaad, knoopkruid, kruipend zenegroen, kruipende boterbloem, luzerne, peen, rechte rolklaver, scherpe boterbloem, smalle rolklaver, veldlathyrus, vogelwikke, wilde cichorei. Soorten van ruigten: boerenwormkruid, gewone braam, gewone engelwortel, venkel, aardaker, bezemkruiskruid, gevlekte dovenetel, overblijvende ossentong, reuzenberenklauw, wede, wilgenroosje. Soorten van bos(randen): dolle kervel, gevlekt longkruid, kruipend zenegroen, wilgenroosje..

X

Natte voedselrijke bodem

 

Voorkomen -- In allerlei natte hooilanden: natte graslanden, beekdalen, boezemland, veenweidegebieden, waterkanten, plas-drasbermen

Soorten van grasland: gewone smeerwortel, heelblaadjes, kruipende boterbloem, moerasrolklaver, slanke sleutelbloem, waterkruiskruid. Soorten van ruigten: Engelse alant, heelblaadjes, moerasandoorn, gewone engelwortel, gewone smeerwortel.

X

Vochtige tot droge zeer voedselrijke

 

Voorkomen -- Op allerlei plekken vooral op zware kleigronden en bemeste of zwaar vermeste bodems; vooral in agrarisch en stedelijk gebied.

Pionierplanten: akkerkers, Koolzaad, moederkruid, moerasandoorn, paarse dovenetel, speerdistel.Soorten van grasland: akkerkers, braam, gewone berenklauw, klein streepzaad, kruipende boterbloem, wilde cichorei. Soorten van ruigten: akkerdistel, gewone berenklauw, kruldistel, reuzenberenklauw, witte dovenetel, zevenblad.
Kop planten voor bijenhotels

 

 

links bijenhotels en insectenhotels internationaal jaar van de biodiversiteit

Om de bijen echt te redden is meer noodzakelijk zie: bijen en openbaar groen: betekenis, beheer en planten

Artikel Trouw over bijenhotels zie ingekorte link -- http://tinyurl.com/ylyjkyu
www.b-cause.tk Francisca te Brake (Deventer) – B-cause
Met het burgerinitiatief B-cause vraagt Francisca aandacht voor bestuiving, bestuivers,  biodiversiteit en het belang hiervan. Het uitgangspunt van B-cause is het verbeteren van de biodiversiteit in steden. Onder het motto ‘De stad komt tot bloei’ informeert B-cause onder andere welke bloemen en planten inscetvriendelijk zijn, plaatst ze bijenkasten bij inwoners van Deventer en stelt ze bouwpakketten voor nesthulp beschikbaar.

http://tinyurl.com/ybcruwm

Gent helpt de bij: bijenhotels in De Bourgoyen en in Blaarmeersen
Dit jaar zetten de Stad Gent en Natuurpunt bijen als soort in de kijker. De bijen krijgen hulp om te overleven, want dit is echt nodig. Bijen gaan in sneltempo in aantal achteruit. Dat komt niet alleen door het gebruik van pesticiden en een gebrek aan genoeg verschillende soorten planten, maar ook door het gebrek aan nestgelegenheid. Met de bouw van bijenhotels wil de Stad Gent een extra inspanning doen om de bijen te helpen.
http://tinyurl.com/ylyjkyu Een artikel in Trouw over bijenhotels. De volledige link is: http://www.trouw.nl/groen/opinie/tuinrubriek/article3006540.ece/
Wilde_bijen_gaan_voor_een_hotelkamer_met_roomservice_.html

http://www.tuinwild.nl

Deze link bevat onder meer bouwtekeningen van bijenhotels. Cor Evers geeft ook lezingen.
www.ijsselstein.nl/index.

Boomfeestdag 2006: Bijenhotel Datum: donderdag 16 maart 2006 Op 22 maart maakten leerlingen van de IJsselsteinse basisscholen bijenhotels. Presentatie bijenhotel
Op 15 maart organiseerde de gemeente een voorbereidende workshop voor scholen. U kunt de bijbehorende Powerpoint-presentatie downloaden. De gemeente bezorgt vooraf voor ieder kind een boomstammetje. Hierin moeten zij vervolgens zelf een aantal gaten boren. Dan is het zogeheten ‘basis-bijenhotel’ af. http://tinyurl.com/ybt2u4w

www.speeldernis.nl/files/c2/nieuwsbrief17.pdf

Kinderen bouwen een insectenhotel/bijenhotel.
www.detuingids.be/pages/detail.asp?Id=2792 Constructie en ontwerp van een beestjestoren/bijenhotel door Hans Carlier

members.tele2.nl/.../plaatjebeestentoren.htm

 

2 Constructie en ontwerp van een beestjestoren naar van Hans Carlier

http://tinyurl.com/ycdv8tn

http://www.imkers-venray.nl/  Op de website van de Imkersvereniging Regio Venray staat een stuk over solitaire bijen en nestgelegenheid/ Bijenhotels

http://www.mauerbienen.com

Wildbienen als Bestäuber: Die Rote Mauerbiene ( Osmia bicornis = rufa ssp. globosa ) und die Gehörnte Mauerbiene ( Osmia c. cornuta ) sind einheimische Wildbienen und optimal für den Einsatz als Bestäuber im gewerblichen Obstbau und in Gärten geeignet. Die Rote Mauerbiene ist ab Mitte April aktiv und ist ein idealer Bestäuber für spätes Steinobst, Kernobst und Erdbeeren. Die Gehörnte Mauerbiene fliegt im zeitigen Frühjahr und dann auch bei kühler Witterung ab 4-5°C. Sie eignet sich besonders gut für frühes Steinobst.

http://www.bienenhotel.de Diese Seite informiert Sie über Nisthilfen für Wildbienen und Wespen, deren Futterpflanzen sowie über ihre herausragende Bedeutung zur Bestäubung z.B. von Obstkulturen. 
Basteln Sie selber Nisthilfen oder bestellen Sie Bienenhotels und helfen Sie mit, den kleinen Nützlingen Lebensraum zu bieten. Diese haben es dringend nötig!
  Terug naar top pagina