| |
Hulp voor bijen
Bijenhotels en andere nestgelegenheid
voor wilde bijen. |
|
|
| Deze pagina geeft een overzicht van: |
| Meer dan 100 bijenhotels en Wilde bijen die we bij deze bijenhotels kunnen verwachten |
| De voornaamste drachtplanten voor wilde bijen die in deze bijenhotels nestelen |
| Constructies van bijenhotels en nestkastjes voor wilde bijen |
| Ga voor alle bijen naar: www.denederlandsebijen.nl |
|
| Klik op een letter van een plaats waar een bijenhotel staat |
|
| Zoek een onderwerp, thema of links |
|
| Ga voor alle bijen en drachtplanten naar |
|
| Grote leegstand bijenhotels --- Nieuw 5 juni - 2013: zorgboerderij Ophovenerhof |
| Mail je fotos van jouw bijenhotel+ 5-10 regels tekst -- |
| |
|
| |
| |
| |
|
| |
| |
| |
|
| |
| Hoe nestelen wilde bijen? |
|
|
| Als we een bijenhotel willen maken moeten we eerst weten hoe wilde bijen nestelen en waarom bijenhotels belangrijk zijn. |
De nestgelegenheid voor bijen kunnen we in twee groepen indelen: - nesten in de grond of vlak boven de grond tussen de vegetatie. - nesten boven de grond in afgestorven holle plantenstengels en in allerlei gaten in dood hout, muren enzovoort.
Sommige bijen nestelen zowel in de grond als boven de grond. Sachembijen zijn daar voorbeelden van. Die leven in de grond, in steile wanden van leem of klei of dood hout met grote gaten waar ze goed in passen. |
| Bijen die boven de grond nestelen, maken meestal gebruik van oud materiaal of holle planten stengels. Het oud materiaal kunnen oude min of meer verweerde muren zijn, oude schuren, houten palen, hekken en nog veel meer andere dingen van dood hout en dode bomen. Al dat oude hout wordt gekenmerkt door grotere en kleinere kevergaten die ontstaan zijn door allerlei soorten kever larven; van boktoren bijvoorbeeld. Holle stengels zijn stengels van afgestorven planten, rietdaken vallen hier ook onder. Een halve eeuw geleden waren deze nestgelegenheden geen probleem. |
| Door opkomst van kunststoffen en beton ( afrasteringspaaltjes), conserveringsmiddelen, het vervangen of afbreken van oude schuren en andere bouwwerken (oude stations gebouwen bijvoorbeeld) het verdwijnen van ruige overhoeken waar de begroeiing niet werd afgemaaid is veel nest gelegenheid voor wilde bijen verdwenen. De uitzending 'Kids for animals' (sept. 2011) geeft daar een goed voorbeeld van. |
| Bijenhotels kunnen dat compenseren, vooral als ze op grote schaal worden toegepast. Een bijenhotel in een stad zet geen zoden aan de dijk, maar als er 1000 bijenhotels in een grote stad staan kan dat substantieel bijdragen aan de verbetering van de wilde bijenstand. |
| Hulp voor wilde bijen kan geboden worden door: |
| - de grond open te houden en/of te zorgen voor los plaveisel met brede voegen |
| - het laten staan van afgestorven holle plantenstengels en de aanwezigheid van dood hout en materialen met kleine holtes. |
| - Voor hommels, door het creëren van overhoekjes en kruidachtige vegetaties en beplantingen die extensief worden beheerd. |
Terug naar top pagina |
| |
| |
| Nesten van wilde bijen in de “open” grond |
|
| Veel soorten wilde bijen nestelen in open, onbegroeide zandige tot lemige, vlakke of iets hellende bodems, maar er zijn ook wilde bijen die in steile kantjes nestelen. De nestholte graven ze dan zelf. Open grond is echter een betrekkelijk begrip. Wat van belang is, is de dat er minimaal open plekken in de vegetatie aanwezig zijn. |
| Open grond tussen de vegetatie -- De nesten van de wilde bijen bevinden zich vaak onder of tussen de vegetatie. Op schrale grond kan dat tussen gras zijn, op rijke bodem ook tussen hondsdraf en voor sommige soorten in ruigten, bijvoorbeeld onder groot hoefblad en zelfs tussen de grote brandnetel. De bodem mag niet massief doorworteld zijn. Tussen oude brandnetelvegetaties die een harde en massieve wortellaag hebben, is de bodem voor bijen ondoordringbaar. |
| Voegen tussen plaveisel -- De voegen tussen plaveisel zijn voor bijen eveneens aan te merken als open grond. Op plekken waar voldoende nectar- en stuifmeelproducerende planten in de buurt aanwezig zijn, is de kans groot dat wilde bijen er gaan nestelen. Veel wilde bijen graven een nest tussen de voegen van het plaveisel. Plaveisel met relatief wijde voegen draagt bij aan de biodiversiteit. Als het plaveisel niet wordt belopen of op een andere manier gebruikt dan groeien de voegen dicht en dan verdwijnen de bijen. Dit geldt ook voor graafwespen die eveneens veel tussen het plaveisel hun nest graven. De echte nesten liggen meestal onder het plaveisel. (zie ook: Haeseler, 1982) |
| Beplantingen (plantsoenen) -- In stedelijke beplantingen vliegen wilde bijen, die zwaar met stuifmeel zijn beladen, frequent de beplantingen in. Vrijwel zeker hebben ze op deze (soms) zwaar beschaduwde plekken hun nesten. |
| Nestplaatsen creëren -- De grond mag niet worden omgewoeld, maar moet toch open blijven. Bij ecologisch beheer blijft de grond op beschaduwde plekken vaak geheel of gedeeltelijk open. Bij nieuwe aanleg van een tuin is het aan te raden plaatselijk humusarm zand gebruiken. Er kunnen open verhardingen aangelegd worden. Deze groeien op den duur dicht en zijn dan niet meer voor wilde bijen toegankelijk, daarom moet er geregeld worden geborsteld of op een handmatige manier dichte vegetaties verwijderd. |
| Foto's van nestplaatsen van wilde bijen in de grond |
|
| |
|
| Terug naar hoe nestelen wilde bijen? |
|
| |
| Nesten in afgestorven stengels en takken en gaten en holtes |
|
| Veel kleine bijen leven in holle, afgestorven stengels van kruidachtige planten( bijv. riet), in afgestorven holle ranken van braam en ook in holle takken van andere struiken. |
| Gaten en holtes in allerlei materialen |
| Er zijn bijen die in plantengallen en slakkenhuizen hun nest maken. Verder komen ook allerlei gaatjes in muren en verlaten kevergangen in afgestorven hout in aanmerking. Ook niet geïmpregneerde afrasteringpalen kunnen na verloop van een aantal jaren nestgelegenheid bieden aan deze angeldragende insecten. Zelfs houten tuinmeubels met schroefgaten worden als nestgelegenheid benut. |
| Zonnige en bloemrijke parkachtige plekken, waarin veel puinbrokken en dood hout zijn verwerkt of waarin oude en vervallen stenen muren aanwezig zijn, bevatten doorgaans veel nestgelegenheid voor wilde bijen. |
| Foto's van nestplaatsen |
|
| Veel wilde bijen nestelen in allerlei natuurlijk materiaal: in afgestorven plantenstengels, plantengallen, kevergaten in hout en gaten in stenig materiaal. Deze simpele structuren zijn gemakkelijk te maken en uit te bouwen tot bijenhotels. |
|
Terug naar hoe nestelen wilde bijen? |
| |
| -- |
| Nestplaatsen van wilde bijen: sociale bijen |
| De meeste wilde bijen nestelen en leven solitair, maar enkele tientallen soorten leiden in meer of mindere mate een sociale levenswijze. Bij de niet parasitaire hommels (ruim 20 soorten) en de honingbij is dat het sterkst ontwikkeld. Er een taakverdeling binnen het volk. In ieder geval is er steeds een vrouwtje (de koningin) aanwezig dat de eitjes legt en er zijn werksters die voor het broed zorgen en voedsel halen. Bij solitaire bijen doet het vrouwtje alles alleen. |
| Omdat hommels en honingbijen als volken samen leven, hebben ze een veel grotere ruimte als nestgelegenheid nodig. Hommels leven gewoonlijk in allerlei natuurlijke holten; bijvoorbeeld in oude muizennesten in de grond of andere holle plaatsen in de bodem, in holle bomen, maar ook in nestkastjes of speciale hommelkastjes. |
| Afhankelijk van de soort kan een volk uit enkele tientallen tot enige honderden dieren bestaan. In de loop van het vliegseizoen gaan, op de koningin na, alle hommels dood. De koningin overwintert, zoekt in het voorjaar een nieuw nest en sticht een nieuw volk. De eerste hommels die uitkomen, zijn meestal zeer klein; die later uitkomen zijn aanzienlijk groter. De eerste en laatste hommels die we in het vroege voorjaar en in de nazomer en vroege herfst kunnen zien vliegen, zijn altijd koninginnen. Het zijn grote harige en vaak fel gekleurde spectaculaire insecten. |
| In tuinen kunnen verschillende soorten voorkomen. Vooral in tuinen waar hoekjes zijn, die met rust worden gelaten. De nesten van honingbijen zijn aanzienlijk groter en kunnen in de zomer wel 50.000 tot 60.000 bijen bevatten. Honingbijen overwinteren als volk. Omdat de honingbij een bijzondere plaats inneemt en de enige bijensoort is die onder normale omstandigheden niet in het wild voorkomt, zal de levenswijze apart worden beschreven. |
| Nesten voor hommels zijn te bevorderen door extensief beheer of onderhoud. Overhoeken en rommelhoeken in een tuin zijn vaak goed voor hommels. Onder houtige beplantingen die zoveel mogelijk met rust worden gelaten nestelen vaak hommels. |
| Terug naar hoe nestelen wilde bijen? |
| |
| |
| |
| |
| -- |
| Bouw je eigen bijenhotel, insectenhotel of nestkastje voor bijen |
|
| Wilde bijen nestelen niet alleen in de openbare ruimte. Ze kunnen ook nestelen in particuliere tuinen in de bodem, in gaatjes en spleten van muren, in gaten van hout (bijv. schuren), rietmatten en schroefgaten van tuinmeubelen. |
| Andersom kan het ook voorkomen, dat bijen in de openbare ruimte nestelen, maar in tuinen foerageren. In die gevallen vullen particuliere tuinen en de openbare ruimte elkaar aan. Dat zien we trouwens ook bij de andere diergroepen. Die trekken zich van het onderscheid tussen privéterrein en publieke ruimte niets aan. Bij de meeste wilde bijen is het alleen van belang dat nestgelegenheid en voedingsbron niet te ver van elkaar liggen. |
| De laatste jaren wordt er steeds meer kunstmatige nestgelegenheid aangebracht: nestkastjes met rietstengels, bosjes bamboestokjes en houtblokken met geboorde gaten van verschillende doorsnede. Deze kunnen worden verenigd tot complete bijenhotels. Op plekken waar andere nestgelegenheid ontbreekt, is dat een goed alternatief. |
| Bijenhotels kunnen in vrijwel alle situaties worden geplaatst, maar wel onder de strikte voorwaarde dat er stuifmeel en nectarplanten in de naaste omgeving aanwezig zijn zeker binnen een straal van 50 m. en liefst van eind maart tot half september. In tuinen kan of moet men plantensoorten aanplanten of uitzaaien. In grote tuinen, andere grote terreinen, de openbare groene ruimte en in het buitengebied (hier in de eerste plaats) moet de vegetatie ecologisch worden beheerd. |
 |
 |
 |
 |
 |
| Terug naar top pagina |
| |
| Elementen van bijenhotels en insectenhotels |
| |
| |
| |
| Elementen van bijenhotels en insectenhotels -------------- Foto's van bouwelementen voor bijenhotels |
| Voor het maken van nestgelegenheid is een bouwtekening niet noodzakelijk, maar soms wel handig . In de praktijk worden verschillende elementen op elkaar gestapeld; vaak binnen een raamwerk van planken, balken en andere ondersteunende elementen. De basiselementen van een bijen-insectenhotel bestaan uit: afgestorven holle stengels, dood hout met oude kevergangen of met geboorde gangen (gaten) en elementen die met leem of niet te zware klei worden opgevuld. |
| Verzamel holle, afgestorven stengels van onder meer riet, braam, vlier of bamboe. lengte 15 tot 30 cm; doorsnee openingen 3-10 (12) mm; horizontaal plaatsen. De stengels moeten achterin een knoop bevatten! Bundel deze in bosje of stop ze in een cylinder van steen, kunststof of een conserveblikje, een houten kistje of een houten frame/omlijsting. Bamboestengens kunnen bijvoorbeeld ook in voorgeboorde gaten van een kistje of een houtblok worden gestoken. |
| Veel insecten waaronder wilde bijen leven in oude kevergaten van doodhout onder meer in afrasteringspaaltjes. In tuinen en op ander plekken ontbreekt dat heel vaak. Deze nestgelegenheid kan kunstmatig worden aangebracht door gaten in houtblokken of dood hout te boren; vorm en grootte zijn niet van belang. Er kan ook gewoon een paal in de grond worden geslagen. De nestgangen zijn 3-10 (12) mm in doorsnee en 5 tot 15 (20) cm diep. Bij het boren zo min mogelijk rafels langs de randen van de boorgaten maken. Deze eventueel met een opgerold schuurpapiertje wegschuren. Op de zelfde wijze kunnen er ook gaten in stenen een steenachtig materiaal worden geboord, maar geen gasbetonblokken. Zowel in hout als in steen moeten de nestgangen aan de achterkant gesloten zijn, dus niet te diep boren! |
| Oude groentenkisten, plantenbakken of andere elementen met niet te zware klei of leem. Op bouwmarkten zijn verschillende betonelementen te koop die gemakkelijk kunnen worden gestapeld. |
| De elementen samenvoegen tot bijenhotels ------ Naar de voorbeelden |
| Bovenstaande losse elementen kunnen worden samengevoegd tot bijenhotels of bijenmuren. De hoogte van de bijenhotels is afhankelijk van de dikte en breedte van de afzonderlijke elementen, de wijze van stapelen en de ondersteunende structuur. |
| De bijenhotels zijn het meest effectief als ze met de openingen in zuidelijke richting zijn geplaatst. |
| Voor de stabiliteit van grote, maar vooral hoge bijen/insectenhotels moeten de zijkanten uit stevig materiaal bestaan. Planken, Balken, boomstammen. Deze moeten in de grond worden gegraven of op een andere wijze worden gestut. In principe komt het het meeste duurzame materiaal onder en snel vergaanbaar materiaal (riet) boven. Als het riet, bamboestokjes of andere plantenstengen zijn ingeklemd tussen stenen, houtschijven of buizen maakt het niet uit op welke plek het wordt aangebracht. |
| Terug naar top pagina |
| |
| |
|
| Constructie van nestkastjes -----FFoto's constructie |
|
| Nestkastje (vanaf de link Opengeklapt) is gemaakt door Henk Poelmans. Appelhof 2 6681 NL Bemmel (0481 422488) |
| Bouwprincipe: maak een nestkastje dat de vorm heeft van een nestkastje van vogels. (6 plankjes: binnenkant ca. 30-40 x 12 x 12 cm). |
| De voorkant wordt doorboord; de achterkant wordt zo diep uitgeboord dat houten pluggen daarin stevig kunnen worden bevestigd (in geslagen). Breng kunststof buisjes aan. Aan de achterkant om de pluggen aan de voorkant door de gaten. |
| Bij dit nestkastje worden de zijwand naar beneden geklapt. Het nestkastje moet niet te breed zijn anders zijn de achterste buisjes niet meer te zien. Op basis van dit principe kunnen er ook nestkastjes worden gemaakt die aan twee kanten te open zijn in dat geval kan het breder zijn. De regel is dat alles goed zichtbaar moet zijn. Dus buisje op ongelijke hoogte plaatsen. |
| |
| Bouwtekeningen van bijenhotels / insectenhotels --- |
| Een bouwtekening is in principe niet noodzakelijk, maar kunnen wel nuttig zijn. |
| Naar .H. Calier: http://www.natuurpunt.be/uploads/natuurbehoud/Educatie/documenten/pag_672_beestentoren.pdf |
| Wim lange: Bijenhotel |
| |
| Hoeveel bijen in de Tuin? |
| In een tuin van ca 200 m2 in Veenendaal werden tussen 1972 en 1992 32 soorten bijen waargenomen. Mede door het plaatsen van kunstmatige nestgelegenheid (rietmatten) kwamen de bijen ieder jaar talrijk in deze tuin voor. Het talrijk voorkomen van bijen in de eigen tuin is, naast de aanwezigheid van plekken met open grond, te bevorderen door het plaatsen van rietmatten (niet in platen, maar gekocht in rollen) en door bijenhotels. |
| Terug naar top pagina |
| |
| |
| |
| |
| |
|
| Planten voor bijenhotels-- -- ------------- |
|
|
|
| |
| |
| |
| |
| |
| |
|
|
| -- |
|
| Planten voor bijen die in bijenhotels nestelen naar milieu gerangschikt-- |
|
Het betreft bijen die van nature in leemwanden, dood hout, in gaten en spleten van muren, in hole stengels van afgestorven kruidachtige planten en dode stengels van bramen nestelen. Voor deze bijen zijn bepaalde planten noodzakelijk.
|
| Het gaat om de volgende bijengeslachten en soorten: behangersbijen (Megachile), klokjesbijen (Chelostoma), maskerbijen (Hylaeus), metselbijen (Osmia), sachembijen (Anthophora), tronkenbijen (Heriades), wolbijen (Anthidium). |
| Als verschillende plantensoorten die in deze tabel worden genoemd talrijk bijelkaar voorkomen, en nestgelegenheid (vermoedelijk) ontbreekt (de bijen komen dan niet voor) dan is het zinvol om kunstmatige nestgelegenheid aan te brengen. Bijvoorbeeld in parken, heem- en natuurtuinen, openbaar groen, randen van dorpen en andere woonkernen op het platteland, Vinex-locaties, educatieve centra. |
| Als bijenplanten ontbreken en men toch voor educatieve doeleinde een bijenhotel wil plaatsen zullen de genoemde plantensoorten moeten worden geïntroduceerd of het beheer worden aangepast. Door pleksgewijs te verschralen of te verrijken of vochtigheidsgradiënten aan te brengen kan de variatie van bijenplanten worden vergroot. |
| Vrijwel alle hier genoemde plantensoorten kunnen ook in tuinen worden toegepast. Voor details zie www.drachtplanten.nl |
| Alleen voor de bodemtypen die niet te voedselarm zijn worden plantensoorten opgegeven. Sommige soorten zijn beperkt tot bepaalde streken van en land of komen alleen op minerale bodems voor. |
| |
Kop planten voor bijenhotels |
| |
| |
| |
| |
| |
| -- |
| Overwegend (matig) droge, voedselarme tot iets voedselrijk, kalkhoudende bodem |
|
| |
Voorkomen -- In kalkgraslanden, in de duinen, rivierdijken en in spoor- en wegbermen, op spoorwegemplacementen en industrieterreinen in Zuid-Limburg en in het rivierengebied. |
| |
Pionierplanten: gewone ossentong, hartgespan, malrove, slangenkruid, wilde reseda, wouw, jacobskruiskruid, witte reseda. |
| |
Soorten van grasland: bont kroonkruid, echt bitterkruid, echte gamander, gewone rolklaver, grasklokje, grote centaurie, gulden sleutelbloem, Jacobskruiskruid, kattendoorn, knolboterbloem, kruipend stalkruid, kruipend zenegroen, peen, rechte rolklaver, veldsalie . |
| |
Soorten van bosranden: Boslathyrus, kruipend zenegroen. |
|
| Zomerdroge tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende bodem |
|
| |
Voorkomen -- In hoofdzaak op taluds en in bermen van hole wegen, rivierdijken, spoor- en autowegen. Ook op spoorwegemplacementen en op industrieterreinen. |
| |
Soorten van grasland: Aardaker, bont kroonkruid, kluwenklokje, rapunzelklokje, veldsalie, wilde marjolein, esparcette, gulden sleutelbloem, kattendoorn, kruipend zenegroen, peen, smalle rolklaver, wilde cichorei. |
|
| Droge tot vochthoudende matig voedselrijke bodem |
| |
Voorkomen -- Op allerlei zandige bodems: bermen, dijken, industriële terreinen, zandafgravingen en natuurontwikkelingsterreinen. |
| |
Pionierplanten: echt bitterkruid, gele kamille, klein streepzaad, kleine bergsteentijm (op gruis en muren), middelste ganzerik, rechte ganzerik, valse kamille, witte honingklaver. -- brede lathyrus (vaste plant), muurpeper, zomerfijnstraal. |
| |
Soorten van grasland: gewone margriet, gewoon duizendblad, grasklokje, gewone rolklaver, heggenwikke, Jacobskruiskruid, klein streepzaad, knolboterbloem, knoopkruid, peen, rechte rolklaver. |
| |
Soorten van ruigten: stinkende ballote, bont kroonkruid: bezemkruiskruid (zeer invasief), boerenwormkruid, wilgenroosje, zomerfijnstraal. |
| |
Langs struweel en hekken: heggenrank |
| |
Kop planten voor bijenhotels |
|
| |
|
| |
|
| -- |
| Vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke bodem |
| |
Voorkomen -- In bermen, op dijken en taluds graslanden. Op allerlei meestal minerale bodems. |
| |
Pionierplanten: bezemkruiskruid (zeer invasief), gele ganzenbloem, dille, witte honingklaver, zomerfijnstraal. |
| |
Soorten van Grasland: Aardaker, akkerklokje, gestreepte dovenetel, boerenwormkruid, gevlekte dovenetel, gewone margriet, gewone rolklaver, gewone smeerwortel, gewoon duizendblad, gulden sleutelbloem, heggenwikke, hondsdraf, Jacobskruiskruid, klein streepzaad, knoopkruid, kruipend zenegroen, kruipende boterbloem, luzerne, peen, rechte rolklaver, scherpe boterbloem, smalle rolklaver, veldlathyrus, vogelwikke, wilde cichorei. |
| |
Soorten van ruigten: boerenwormkruid, gewone braam, gewone engelwortel, venkel, aardaker, bezemkruiskruid, gevlekte dovenetel, overblijvende ossentong, reuzenberenklauw, wede, wilgenroosje. |
| |
Soorten van bos(randen): dolle kervel, gevlekt longkruid, kruipend zenegroen, wilgenroosje |
|
| Natte voedselrijke bodem |
| |
Voorkomen -- In allerlei natte hooilanden: natte graslanden, beekdalen, boezemland, veenweidegebieden, waterkanten, plas-drasbermen. |
| |
Soorten van grasland: gewone smeerwortel, heelblaadjes, kruipende boterbloem, moerasrolklaver, slanke sleutelbloem, waterkruiskruid |
| |
Soorten van ruigten: Engelse alant, heelblaadjes, moerasandoorn, gewone engelwortel, gewone smeerwortel. |
|
| Vochtige tot droge zeer voedselrijke |
|
| |
Voorkomen -- Op allerlei plekken vooral op zware kleigronden en bemeste of zwaar vermeste bodems; vooral in agrarisch en stedelijk gebied. |
| |
Pionierplanten: akkerkers, Koolzaad, moederkruid, moerasandoorn, paarse dovenetel, speerdistel. |
| |
Soorten van grasland: akkerkers, braam, gewone berenklauw, klein streepzaad, kruipende boterbloem, wilde cichorei. |
| |
Soorten van ruigten: akkerdistel, gewone berenklauw, kruldistel, reuzenberenklauw, witte dovenetel, zevenblad. |
|
| Kop planten voor bijenhotels |
|
|
|
|
| Een overzicht van solitaire bijen en hun vliegperiode (maart-september) die in bijenhotels kunnen voorkomen. |
Bijen die in de grond nestelen, koekoeksbijen en zeer zeldzame tot zeldzame bijen zijn niet op deze pagina genoemd.
Als men zandhopen, plaveisel met ruime voegen (0,5-1,5 cm), zand- of leemwanden aanlegd kunnen landelijke gezien de meeste overige soorten bijen en hun koekoeksbijen worden verwacht. Dit betreft de volgende bijengeslachten: zandbijen (Andrena), sachembijen (Anthophora), pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes), groefbijen (Halictus en Lasioglossum), wespbijen (Nomada: koekoeksbijen bij zandbijen en roetbijen), roetbijen (Panurgus), woekerbijen (Sphecodes: koekoeksbijen bij groefbijen). Een duidelijk voorbeeld dat men in de eigen tuin ook de andere bijen kan helpen is de slobkousbij. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| GENUS |
SOORT |
NED.NAAM |
|
M |
M |
M |
A |
A |
A |
M |
M |
M |
J |
J |
J |
J |
J |
J |
A |
A |
A |
S |
S |
S |
| Anthidium |
manicatum |
Grote wolbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Anthophora |
plumipes |
Gewone sachembij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
Sachembij bij nest |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
Klokjesbijen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Chelosthoma |
campanularium |
Kleine klokjesbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Chelosthoma |
florisomne |
Ranunkelbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Chelosthoma |
rapunculi |
Grote klokjesbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Coelioxys |
Kegelbijen |
Diverse soorten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Colletes |
daviesanus |
Wormkruidbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Heriades |
truncorum |
Tronkenbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Meer soorten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| -- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Welke bijen Nestelen in bijenhotels? (vervolg) |
| |
|
Hylaeus |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Hylaeus |
brevicornis |
Maskerbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Hylaeus |
communis |
Gewone maskerbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Hylaeus |
confusus |
Maskerbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Hylaeus |
gibbus |
Maskerbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Hylaeus |
hyalinatus |
Tuinmaskerbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Hylaeus |
pictipes |
Maskerbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Hylaeus |
puntulatissimus |
Lookmaskerbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Hylaeus |
signatus |
Resedamaskerbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Megachile |
centuncularis |
Tuinbladsnijder |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mechachile |
ericetorum |
Lathyrusbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Megachile |
versicolor |
Gewone behangersbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Megachile |
willughbiella |
Grote bladsnijder |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Melecta |
Albifrons |
Bruine rouwbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Osmia |
adunda |
Echiumbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Osmia |
caerulescens |
Blauwe metselbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Osmia |
cornuta |
Gehoornde metselbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Osmia |
leaiana |
Kauwende metselbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Osmia |
rufa |
Rosse metselbij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| -Top bijenkalender |
| |
| |
| |
|
|
|